dinsdag 14 december 2010

Afscheid

Herengracht 380De klussen die ik deed, zijn klaar. Mijn 'kindjes' NIODFilm en NIODBeeld heb ik, voorzien van 'n gebruiksaanwijzing, aan een collega overgedragen. Belangrijke stukken staan op Sharepoint of de netwerkschijf. Boeken die ik nodig had, zijn al terugverhuisd naar hun plek in mijn boekenkasten thuis. M'n theemok zit in mijn tas. Mijn bureau is leeg. Straks nog 'n out of office reply instellen, en dan zet ik voor de laatste keer deze computer uit.

Ondertussen is in de map NIOD op de harde schijf in mijn hoofd een bonte verzameling herinneringen opgeslagen...

Gevraagd worden om in de gaten houden of er soms water langs de muren komt druppelen, na een lekkage in de Bazel. Een hittegolf doorstaan in een grachtenpand zonder airconditioning. Tijdens het roken luchtjes scheppen verdwaalde toeristen de weg wijzen. Aan de postbode uitleggen wat het NIOD eigenlijk is en doet. Wandelende encyclopedieën die ook gewoon hele aardige collega’s zijn. Foute grappen. Impromptu muziekquizzen. Thermoskan-delen. Collega's die de weg in het archiefkelderdoolhof wél weten. Werkoverleg in het zonnetje op 'n bankje aan de Leidsegracht. Lunchen bij Lust. Printen op het balkon van een badkamer. De neiging bedwingen om een l toe te voegen aan het "Go t/m Hel"-opschrift van 'n laatje in één van de kasten met systeemkaartjes. Het gekraak van de vloer in de vide. Weten dat er weer computeronheil is afgewend of ongedaan gemaakt als je 'Enjoy!' hoort. Kortom: niet Y-M-C-A, maar N-I-O-D.

zondag 31 oktober 2010

Verstoppertje

Nicolas Galanin - What have we become?Een paar weken geleden heeft mijn nieuwsgierigheid het van mijn huiver gewonnen: ik heb een account aangemaakt op Facebook. Mijn huiver werd veroorzaakt door de privacykwesties waarmee Facebook veel negatieve publiciteit over zich afriep. Bovendien had nog niemand me van het nut van een Facebookpagina kunnen overtuigen, laat staan me kunnen uitleggen of en in hoeverre dat nut een eventueel privacyprobleem te boven ging. Misschien moest ik me maar gewoon door Facebook zelf laten overtuigen...

Het aanmaken van een account is eenvoudig genoeg. Daarna volgt opperste desoriëntatie. Een profielpagina, een startpagina, een prikbord, vriendschapspagina's... zoek de verschillen, zoek de overeenkomsten. Structuur? Welke structuur? Verbazing. Kan iets zo populair zijn terwijl het technisch zo slecht in elkaar zit? Dat verschillende links steeds blanco pagina's opleveren, helpt niet echt om te achterhalen hoe de verschillende pagina's die klaarblijkelijk 'van mij' zijn zich tot elkaar verhouden. Via Twitter verzucht ik dat ik op verkenning ben in de wondere wereld van Facebook en me afvraag of ik wel van doolhoven hou. Een collega twittert lachend terug: "Ja, structuur is in FB een flexibel begrip."

Het instellen van de verschillende privacyniveaus is, zolang me de functie van de verschillende onderdelen nog niet duidelijk is, het betere gokwerk. Aanvankelijk scherm ik alles af, totdat ik bedenk dat ik mijn weblog bewust heb opengesteld voor indexatie door zoekmachines. Als ik op Facebook niet méér meld dan ik op mijn weblog doe, komt niemand via Facebook iets aan de weet dat hij of zij niet ook op mijn weblog had kunnen vinden. Oké, dan kunnen de privacyinstellingen op Facebook wel iets minder strak.

Next. Vrienden scoren. De mensen die hebben gereageerd op mijn tweet over Facebook hebben zichzelf al 'verraden' als FB-gebruikers, en zijn snel gevonden. Via hen kom ik wederzijdse bekenden op het spoor. De naam van een oud-collega levert een niet-afgeschermde vriendenlijst met daarin nog veel meer oud-collega’s op, en zo hop ik van de ene gebruiker naar de andere. Als ik op zeker moment een overzicht van mijn verzonden vriendschapsverzoeken wil, vang ik bot. "Er is op dit moment geen lijst met vriendschapsverzoeken die in behandeling zijn. Als je echter naar het profiel van iemand gaat, kun je (...) zien wat de status van je vriend is." Huh? Op een site die draait om netwerken kan ik geen lijst oproepen van mijn (potentiële) netwerk? Weird.

Ondertussen vraag ik me af hoe het kan dat onder 'Mensen die je misschien kent' mensen voorbijkomen die ik inderdaad ken – waarbij 'kennen' en 'willen kennen' niet noodzakelijk hetzelfde zijn. Klaarblijkelijk hebben zij al eens op Facebook naar mij gezocht? Van één van hen komt binnen een half uur nadat ik mijn account heb aangemaakt, een verzoek binnen om te bevestigen dat hij en ik vrienden zijn. Over dat gotspe moet ik even nadenken. 'n Week of anderhalf, minstens.

'k Heb me ooit eens laten vertellen dat hamsters (of waren het cavia's?) zachte geluidjes tegen elkaar maken die als enig doel hebben te erkennen dat de ander er is. Zo ervaar ik ook de melding dat iemand een berichtje van mij op Facebook leuk vindt. Grootse gevoelens van erkenning levert zoiets niet op, maar dat iemand anders heel even aandacht aan mij heeft besteed... ach, vervelend is het niet, en de wederdienst is 'n kleine moeite. Het hogere nut - if any - van Facebook speelt vooralsnog succesvol verstoppertje.

donderdag 7 oktober 2010

Humor

Het gebeurt niet vaak, maar soms moet ik lachen om iets dat Windows me vraagt.

donderdag 30 september 2010

Chagrijn

Preekstoel en doopvont in de Nederlandse Hervormde Kerk in VinkeveenMijn vader was graag dominee geworden. Maar voor één van twaalf kinderen op een boerderij in een klein dorp in de crisistijd van de jaren dertig zat een studie theologie er niet in, de vurige pleidooien van de bovenmeester van de lagere school ten spijt.

Mijn vader werd timmerman. In de avonduren studeerde hij voor de akte godsdienstonderwijs, waaraan ook preekbevoegdheid verbonden was. Na het behalen ervan stapte hij jarenlang zondag aan zondag op zijn fiets om her en der te gaan preken. En al woonde hij nooit in een pastorie, zijn huis herbergde altijd een studeerkamer met een bibliotheek die in een pastorie niet had misstaan.

Die bibliotheek bleef, ook toen mijn vader nog slechts bij zeer hoge uitzondering de preekstoel beklom. De boeken bleven in gebruik, bij het maken van doorwrochte inleidingen voor de mannenvereniging. En ter compensatie, als een dominee op zondag in de ogen van mijn vader weer 'ns niet álles had gezegd wat er over een bijbeltekst te vertellen viel. Dat gebeurde nogal eens, en was vaak al tijdens de preek aan mijn vaders gezicht te zien geweest.

Op een dag stond de nieuwe dominee voor de deur, voor een kennismakingsbezoek. Mijn moeder was naar haar werk, ik was naar school, mijn vader was alleen thuis. Toen dominee in de huiskamer zat, viel mijn vader maar meteen met de deur in huis: "Je mag denken wat je wilt, maar preken kun je niet."

Zo. Daar kon dominee het mee doen.

Maar tot wat mijn vaders grote verbazing moet zijn geweest, antwoordde dominee: "Nee, vindt u het gek, met zo'n chagrijn achterin de kerk?"

Koffie heeft dominee waarschijnlijk nooit gekregen, mijn vader was niet zo'n gastheer. Maar vele malen vertrok dominee met een stapel boeken uit de bibliotheek van mijn vader, vaak nadat ze in een volledig onttakelde woonkamer – op vrijdagochtend vervulde mijn gepensioneerde vader zijn stof- en stofzuigtaken met een grondigheid waaraan vele huisvrouwen een puntje kunnen zuigen – uren hadden zitten praten.

Na afloop van de begrafenis van mijn vader vroeg deze zelfde dominee aan mijn toenmalige vriend of hij mijn vader goed gekend had. "Nee, niet echt", was het antwoord. "Ga dan maar veel met haar om," antwoordde dominee met een hoofdgebaar in mijn richting, "dan zul je hem alsnog leren kennen."

23 december 2006

dinsdag 28 september 2010

Vroege vogels

EksternestMijn buren zijn aan het verbouwen. Dat weet ik omdat ik ze steeds bouwmaterialen zie aanvoeren. Ook zie ik hun huis steeds groter worden. Momenteel zijn ze aan het dak bezig, blijkbaar zijn ze klaar met het dichten van de gaten in de muren. Geluidsoverlast heb ik er niet van, ze spelen het klaar om in stilte te verbouwen.

Al besteden ze nu veel aandacht aan hun huis, 's zomers zitten mijn buren graag buiten. Dan is het gedaan met mijn rust. Vader, moeder en een stoet kinderen, die allemaal tegelijk het hoogste woord willen. Ik heb al eens gevraagd of 't wat minder kon, maar omdat mijn buren en ik elkaars taal niet spreken, is dat verzoek niet echt overgekomen.

Gelukkig hebben mijn buren een dag- en nachtritme dat vergelijkbaar is met het mijne. Alleen op zaterdagochtend lopen we uit de pas. Ik slaap graag uit, maar mijn buren... dat zijn vroege vogels. Letterlijk. En ze heten Ekster.

5 april 2010

zondag 26 september 2010

Sleutel

SleutelNa een verhuizing duurt het even voordat de nieuwe huissleutels de oude bekenden zijn geworden waarnaar ik niet hoef te zoeken. Wisselingen in mijn werkende leven zorgen ervoor dat werkkamer- en bureaulasleutels elkaar aflossen. Als ik al eens de sleutel van het huis van een vriendje had, was dat doorgaans zo tijdelijk dat de sleutel niet eens een plekje aan mijn sleutelring kreeg. Als mijn moeder overlijdt, zullen de sleutels van haar huis van mijn sleutelring verdwijnen. Maar er zit één sleutel aan mijn sleutelring die eraan zal blijven zitten.

Het is een klein sleuteltje, bestemd voor het open- en dichtdraaien van het ontluchtingskraantje van een radiator. Ik kreeg het van mijn vader, vlak voordat ik voor het eerst op mezelf ging wonen. Het liefst had hij de twee kamers die ik ging bewonen zelf geïnspecteerd en opgeknapt, maar hij wist dat hij al te ziek was om de reis naar de andere kant van het land te maken, laat staan een kwast of hamer te hanteren. Daarom deed hij wat hij wel kon: hij gaf mij dat sleuteltje.

Mijn vader overleed voordat ik hem foto’s van mijn opgeknapte huisje kon laten zien. Voordat ik hem kon laten zien dat ik ook wel een beetje voor mezelf kan zorgen, al laat ik het ontluchten van mijn radiatoren met liefde aan iemand over die er wel verstand van heeft. Maar het teken van zijn zorg gaat nog vrijwel elke dag een paar keer door mijn handen.

14 januari 2009

vrijdag 24 september 2010

Echte foutmelding

No errorOmdat de beloofde bevestigingsbrief uitblijft, bel ik de afdeling Sales van xs4all om te informeren hoe het met mijn overstap naar xs4all only staat. Als mijn voornemen tot overstappen niet in het computersysteem te vinden blijkt te zijn, biedt de dame aan de andere kant van de lijn haar excuses aan en stelt ze voor de overstap direct alsnog te regelen. Aan het eind van de procedure die daarvoor nodig is, loopt ze vast.

Volgens het computersysteem zijn mijn adresgegevens onjuist of onvolledig, maar bij controle blijken die wel degelijk te kloppen. Toch blijft het systeem volhouden dat de overstap niet kan plaatsvinden. Een telefoontje met een andere afdeling biedt geen soelaas. Uiteindelijk vraagt ze me om op een later moment te proberen zelf via de website de overstap aan te vragen. Mocht ik dezelfde foutmelding blijven krijgen, dan moet ik vooral terugbellen.

Twee uur later bel ik terug om te informeren hoevéél later ik het precies moet proberen, want de knalrode foutmelding over de onjuiste of onvolledige adresgegevens kan ik inmiddels dromen. Een andere behulpzame dame gaat weer intern telefoneren. Als ze bij me terugkomt en me vertelt dat het wel eens aan het trema in mijn voornaam zou kunnen liggen, klinkt in haar stem door dat ze het zelf niet gelooft. Toch wil ze proberen of het lukt als ze eerst het trema uit mijn persoonsgegevens verwijdert. En warempel, de foutmelding blijft uit.

Het duurt even, maar dan heb je ook wat. Een nieuw gevleugeld woord, that is, met dank aan de eerste dame. Die verzucht aan het eind van ons gesprek: "Het is ook geen error, het is een echte foutmelding."

14 april 2008

woensdag 22 september 2010

Taalgevoel

NaturadoGisteravond amuseerde ik me met een kandidatenlijst voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen waarop een kandidaat, in het dagelijks leven hovenier, zijn motivatie toelicht met de woorden "ik draag de partij een warm hard toe." Vandaag struikelde ik over een potgrondproducent die wat moeite heeft met het correct vervoegen van het werkwoord 'bestemmen'. Groene vingers en taalgevoel gaan blijkbaar niet samen. Hm. Dat verklaart waarom ik net drie dode kamerplanten heb afgevoerd...

Gevat

KoffieDe koffieautomaat in de pantry op mijn werk, alweer een tijdje geleden. Eromheen staan een aantal collega's en een mij onbekende meneer. Misschien is het een collega van een ander kantoor, misschien een klant, ik heb geen idee. Ik sta al even te wachten tot het mijn beurt is om een kop thee te tappen. Het duurt nogal, maar goed, mijn tijd is goedkoper dan die van mijn collega's.

Eén van mijn drie bazen komt aanlopen en de onbekende meneer vraagt haar wat ze drinken wil. Ze bestelt koffie, om zich vervolgens met een "Of ga ik nu voor mijn beurt?" naar mij te draaien. In mijn ijver om een waarschijnlijk toch wat onbeschoft overkomend 'ja' te vermijden, flap ik eruit: "Nee hoor, ik gun mannen graag de gelegenheid om galant te zijn."

Ze schiet in de lach. "Zooo, die is scherp", zegt ze. Ook de anderen lachen, de onbekende meneer naar mijn indruk als een boer met lichte kiespijn. Ze verdwijnen in een vergaderkamer, terwijl ik bij de koffieautomaat achterblijf en me afvraag of ik nu iets verkeerds gezegd heb of toch niet...

18 augustus 2006

maandag 20 september 2010

Schuttingtaal

Bron: Graffitiresource.co.ukWie net als ik met enige regelmaat met de Amsterdamse metro reist, kent het verschijnsel. Graffiti. Een enkele keer is het een prachtig kunstwerk waarin veel tijd moet zijn gaan zitten. Vaker zijn het krabbels waar de metro sneller voorbij rijdt dan ik in staat ben tot ontcijferen. Voor wie schrijft om gelezen te worden, is graffiti niet het aangewezen medium. Tenzij je netjes schrijft natuurlijk.

Maar ook van leesbare graffiti ontgaat mij vaak de clou. Als ik op de achterkant van een treinstoel 'RMS' of 'Mena moeria!' zie staan, kan ik mijn kennis van de Molukse geschiedenis nog aanspreken. En ik ben al tíjden nieuwsgierig naar wie degene is op wie gedoeld wordt met het 'narcist' op het geluidsscherm langs het metrospoor bij station Holendrecht. Te meer omdat mij dat woord nu niet direct een voor de hand liggend onderdeel van de woordenschat van de gemiddelde graffitispuiter lijkt.

Toen ik vanmiddag in de metro zat, was ik er bijna uit. 'k Had voor mezelf geconcludeerd dat ik als 34-jarige autochtone plattelands-Nederlandse gewoon moeite heb me te verplaatsen in Nederlandse grotestadspubers van allochtone afkomst. En dat graffiti me daarom niks zegt. Maar toen...

Het staat op de railing, op de afscheiding tussen het metro- en het treinspoor, bij metrohalte Sneevlietweg in Amsterdam-West. Hoekige witte letters op een roestbruine ondergrond. Duidelijk leesbaar.

"Maffe oenen!!!"

6 april 2006

zondag 19 september 2010

In de herhaling

BlogDe praktijk heeft de principes ingehaald. Ik blijf Wordpress beter vinden in het omgaan met afbeeldingen en wijzigingen, maar dat ik de vormgeving van mijn weblog zelf kan regelen, heeft me doen besluiten mijn tenten definitief bij Blogger op te slaan. Nou ja, definitief... ik behoud me het recht voor om van gedachten te veranderen.

In de komende week gaat een aantal hersenspinsels van mijn oude weblog hier in de herhaling, voorzien van de datum waarop ik ze schreef. Want weggooien is er natuurlijk niet bij, ik blijf historicus ;-)

vrijdag 17 september 2010

En dat is twee...

Certificaat ISDDFOfwel: Information Systems Design and Development. EXIN, de ICT-exameninstantie, heeft besloten om van Engelstalige naar Nederlandstalige certificaten over te stappen. Nou ja... Nederlandstaliger, ze zijn er nog niet helemaal :-)

zondag 12 september 2010

Aruba

Oude kerk (1864) en Nieuwe kerk (1950) in Oranjestad, ArubaVrijdag 25 november 1994. In één van de liften op de VU kom ik mijn docente Archiefwetenschap tegen. Of ik die middag even bij haar wil langskomen, ze wil me wat vragen.

Dat is het begin van een avontuur dat onder meer mijn eerste vliegreis, veel zon, het nodige zand, een onaangename aanvaring met vuurkoraal en mijn eerste ervaring met het fenomeen 'Happy Hour' omvat.

Op mijn cv staan deze maanden vermeld als "juli-oktober 1995: Protestantse Gemeente van Aruba, Oranjestad (Aruba): fulltime stage, inventarisatie archief."

Van het officieel uitgeven van de inventaris is het nooit gekomen, de kerkenraad moest het doen met een simpel printje. Het bestand verhuisde met me mee, van computer naar computer en van WordPerfect 5.1 naar Word 2007. Vandaag heb ik er eindelijk maar 'ns een net pdf-bestand van gemaakt, zodat ik de inventaris kon toevoegen aan mijn pagina met publicaties. Omdat de Protestantse Gemeente van Aruba inmiddels over een website beschikt, heb ik het pdf-bestand ook aan de webmaster gemaild. Beter laat dan nooit...

zaterdag 11 september 2010

Nieuw jasje

Colored Pencils 12 by SilvaranEen nieuw jasje voor je weblog... het klinkt eenvoudig, er zijn meer dan genoeg websites waar je de templates voor het uitzoeken hebt. Maar ik zou mezelf niet zijn als ik het niet toch iets ingewikkelder wist te maken. Het template waar ik mijn oog op liet vallen, Grey Matter, vond ik wat te... tsja... ehm... grijs. Om een lange zaterdag kort samen te vatten: lang leve Photoshop!

zaterdag 4 september 2010

Nieuwe dingen

Aan alle goede dingen komt een einde: de Summer School zit erop. Vier weken lang twee keer per week met zo'n 15 collega's brainstormen over de mogelijkheden van Web2.0 voor henzelf en voor ons eerbiedwaardig instituut... het was nuttig, gezellig en inspirerend!

Er zijn kwartjes gevallen en lichten opgegaan, niet in de laatste plaats bij mij. Mijn didactische vaardigheden blijken groter dan ik me bewust was: met de handleidingen die ik maakte, heb ik veel collega's een plezier gedaan; via Archief2.0 vinden ze inmiddels ook hun weg naar elders in archiefland. 'ns Zien wat ik met die vaardigheden in de toekomst kan.

De nabije toekomst brengt twee dingen: hard aan de studie voor mijn volgende examen, half september, en een restyling van mijn weblog. De toevoeging van een pagina Publicaties is een eerste stap. Een andere vormgeving - die ik veiligheidshalve eerst op een testweblog uitprobeer - wordt vermoedelijk de volgende. Zodra ik er tevreden over ben, that is...

vrijdag 27 augustus 2010

100!

100ste Tweet

dinsdag 17 augustus 2010

Eindelijk erkenning

TaalEen column op Nu.nl begin vorig jaar gaf me het warme gevoel dat ik niet de enige ben. Dat er meer mensen zijn zoals ik. Mensen die taalfouten niet kunnen negeren. Mensen die mij begrijpen als ik hardop zeg dat ik vind dat ik van mensen die mijn aandacht voor hun boodschap willen, mag verwachten dat zij de moeite nemen die boodschap in correct Nederlands te verpakken.

Helaas zijn er om mij heen nog veel méér mensen die mij bij die mededeling aankijken met een blik die zich het beste laat ondertitelen met "Mens, waar maak je je druk om, je snapt toch wat er staat?" Daarom zeg ik het niet zo vaak meer hardop, en spreek ik mezelf inwendig vermanend toe als ik lees dat (bijvoorbeeld) "vele handen ligt werk" maken: niet aan ergeren, overheen lezen, op de inhoud concentreren...

Maar 'n enkele keer wordt het me toch te gortig.
"De meest gehanteerde techniek die gebruikt wordt, [...]."
Tsja. Als een techniek de meest gehanteerde is, wordt-ie waarschijnlijk ook wel gebruikt, ja.
"Kijken we naar het referentiemodel in afbeelding 1, dan wordt in het Bedrijfsmodeldomein de informatiebehoefte geanalyseerd en dient als uitgangspunt voor de gegevensanalyse."
Iemand enig idee wat het uitgangspunt voor de gegevensanalyse is?
"De oplossingen komen later pas aan de orde in de volgende fase."
Tjonge. De volgende fase is dus later? Zeker weten?
"Bij het procesmodel zien we dat in de implementatiefase een andere techniek gehanteerd wordt als in de analysefase."
Als, dan, blijft lastig.
"Om dit onderscheidt te kunnen maken, [...]."

"Wat is een methode en wat bepaald deze?"
D's, t's, ook niet makkelijk.

Na anderhalve IT-cursus van de LOI ben ik het zat. Per e-mail vraag ik de klantenservice of het misschien mogelijk is om de lesstof van de IT-cursussen eens te laten nazien door één van de docenten van de cursus Nederlands. Ik vertel dat de vele taalfouten in de lesstof erg afleiden van de inhoud van de cursus, en afbreuk doen aan de kwaliteit van het lesmateriaal. Vervolgens leg ik uit dat ik, om te laten zien wat ik bedoel, een Worddocument bijsluit waarin ik de taalfouten (en andere slordigheden) uit één hoofdstuk van de cursus op een rijtje heb gezet.

Een paar dagen later krijg ik antwoord. De dame van de klantenservice begint haar mail met een zeer adequate samenvatting van de mijne, deelt vervolgens mee mijn bericht zeer serieus te nemen en belooft de inhoud van mijn mail aan de studieleiding voor te leggen met het verzoek er bij de eerstvolgende herziening van de lesstof aandacht aan te besteden. En dan komt er iets dat ik niet verwacht had:
"Ik kan me voorstellen dat het erg vervelend is dat u dergelijke fouten in de leerstof aantreft. Ik wil u daarom tegemoetkomen door 1 maand lesgeld van 91,50 euro te laten vervallen. Graag hoor ik van u op welk rekeningnummer ik dit bedrag aan u kan overmaken."
Geld? Voor mijn 'gezeur'? Eindelijk! Erkenning! :-)

maandag 16 augustus 2010

Kromme tenen

Op de televisie-uitzending van de Indië-herdenking gisteren volgde bij de NOS de documentaire Omdat wij mooi waren - hieronder een impressie van YouTube, de documentaire is in z'n geheel te zien op Uitzendinggemist.nl. Documentairemaker Frank van Osch volgde journaliste Hilde Janssen en fotograaf Jan Banning door Indonesië. Doel van hun reizen waren gesprekken met en foto's van Indonesische vrouwen die tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië (1942-1945) het slachtoffer werden van dwangprostitutie.

Tijdens het kijken betrapte ik mezelf op groeiende ergernis, die eigenlijk al bij de titel van de documentaire was begonnen. "Omdat wij mooi waren." Misschien is het de verklaring die deze vrouwen zelf geven voor wat hen overkomen is, omdat het de mens nu eenmaal eigen is om, hoe onverklaarbaar leed ook is, naar een verklaring te zoeken. Verschillende geïnterviewde vrouwen vertellen dat ze mooi waren als jong meisje, slechts één legt expliciet de link tussen haar uiterlijk en uitgekozen worden voor een Japans legerbordeel. Hoe dan ook: ik had deze titel niet gekozen. De Japanners kwamen niet pas na het zien van zoveel mooie meisjes op het idee om legerbordelen in te richten...



Mijn ergernis betrof niet de geïnterviewde vrouwen. Integendeel. Omdat ze mooi wáren? Ze zijn het nog steeds, en zeker op de prachtige foto's die Banning van hen maakte. Zonder uitzondering ontroeren ze. Kwetsbaar, fragiel, maar ook tanig, soms boos. Ze hebben hun ervaringen weggestopt, een enkeling vertelt dat het de allereerste keer is dat ze erover praat. Anderen vertellen hoe ze soms nog steeds te horen krijgen dat ze een 'afdankertje van de Japanners' zijn. Ze ontroeren ook in hun pogingen om dingen niet te vertellen, en te ontkomen aan het verbale fileermes van journaliste Janssen.

Eén van de vrouwen vertelt dat de Japanners alleen maar bij haar kwamen slapen, en weer weggingen als ze wakker werden. Achter haar zitten mensen op een bank, vermoedelijk familie. "Als ze meer wilden, wilde ik dat niet. Ik was bang dat ik zondig zou zijn." De goede verstaander heeft aan een half woord genoeg, maar in die categorie valt Janssen niet. Ze vraagt door, totdat de vrouw in 'n verlegen lachen uitbarst.

Een andere vrouw antwoordt op de vraag naar seks dat ze dat niet meer weet, omdat het al zo lang geleden is. Opnieuw neemt Janssen geen genoegen met het antwoord dat ze krijgt. "Ik denk dat het wel gebeurd is," stelt ze tamelijk plompverloren, om er - vergoelijkend? - aan toe te voegen: "maar wel onder dwang he?" De vrouw neemt het haar blijkbaar niet kwalijk. Even later - althans: in de montage van de documentaire - zitten ze samen te giechelen over condooms. "Ik dacht dat het ballonnetjes voor kinderen waren," lacht de vrouw.

Aan het einde van de documentaire wordt toch nog even het verschil tussen de westerse journaliste en de Indonesische dame duidelijk. De Indonesische schaamt zich en voelt zich schuldig. Dat de seks onder dwang plaatsvond, doet aan dat schuldgevoel voor haar niet af. Als Janssen uitlegt dat zij vindt dat schuldgevoel voor iets dat je overkomen is niet nodig is, antwoordt de Indonesische dat ze dat begrijpt. In de aarzelende toon waarop ze dat zegt, klinkt het tegendeel door.

Mijn ergernis is inmiddels omgeslagen in vragen. Is het niet heel erg westers, dat alles maar open willen gooien, overal maar over willen praten? Moet je als journalist of onderzoeker je gesprekspartners dwingen alles te vertellen, ook details die je wel kunt raden en waarvan je weet dat ze pijnlijke herinneringen zijn? Na het zien van deze documentaire ben ik geneigd die laatste vraag met 'nee' te beantwoorden.

De gesprekken zijn verwerkt in het boek Schaamte en onschuld. Het verdrongen oorlogsverleden van troostmeisjes in Indonesië. De foto's zijn opgenomen in het fotoboek Troostmeisjes/Comfort Women, en in een gelijknamige tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam (tot 29 augustus).

zaterdag 14 augustus 2010

Boekentrailer

Een trailer associeer ik met een film, en daarin zal ik niet de enige zijn. Gisteravond kwam ik tot de ontdekking dat ook boeken een trailer kunnen hebben. Nee, niet een smaakmaker in de vorm van 'n eerste hoofdstuk, maar een echte. Bewegend beeld, spannende muziek, dat werk.



Inmiddels ben ik halverwege het boek waarvan ik via de website van de auteur de trailer op YouTube vond, en ik moet zeggen: de trailer geeft de sfeer van het boek goed weer, zonder iets te verraden over het verloop (en vooral: de afloop) van het verhaal.

't Lijkt me wel een kostbare aangelegenheid, een trailer maken bij 'n roman of detective. Script, acteurs, locatie, filmploeg, geluid, montage... Maar bij 'n boek over iets waargebeurds uit de recente geschiedenis zou 't maken van 'n trailer wel 'ns relatief eenvoudig kunnen zijn. Het Instituut voor Beeld en Geluid heeft historische beelden genoeg. 'n Ideetje voor mijn collega-onderzoekers? De vrijwilliger die de trailers op YouTube zet, heeft zich bij deze gemeld :-)

vrijdag 13 augustus 2010

Klaar!

Klik op de foto voor het volledige eindresultaat
Misschien was-ie toch 'n beetje te makkelijk... binnenkort maar 'ns eentje van 3.000 stukjes proberen :-)

dinsdag 10 augustus 2010

Herontdekte hobby

WereldpuzzelMocht de wereld vandaag of morgen wat rommelig voelen: dat is de schuld van Ravensburger, dat haar in stukjes gehakt en door elkaar gegooid heeft. Maar maak je geen zorgen: aan herstel van de orde wordt hard gewerkt ;-)

maandag 2 augustus 2010

Weer een profiel erbij...

Vanmorgen mocht ik de aftrap van de NIOD Web2.0 Summer School verzorgen: een uitleg van het weblog dat we als coaches bijhouden en waarop cursisten alle (verwijzingen naar) informatie kunnen vinden die ze nodig hebben, een Powerpoint-presentatie over Web1.0 en Web2.0, en een rondje langs een aantal weblogs die als inspiratiebron kunnen dienen voor het (sluimerend) blogtalent binnen de muren van ons grachtenpand.

De talenten in kwestie keerden na 'n ruim half uur naar hun eigen werkplek terug met een stapsgewijze handleiding voor het aanmaken van een eigen weblog bij Blogger. Een papieren handleiding heeft echter één nadeel: linkjes aanklikken gaat niet. Daarom moest ik op zoek naar een manier om mijn huisvlijt online aan te bieden. 'k Had al eens met Box.net zitten spelen, maar van het tempo waarin grotere bestanden daar laden, was ik niet bijster onder de indruk.


Collega-coach Petra verwees me naar Slideshare. Van hetzelfde laken een pak als Box.net, maar dan nét even iets gelikter en vooral, want daar ging het om: sneller. Zowel presentatie als handleiding staan nu online, en zijn ingebed in het coachblog. En aan mijn weblog-kerstboom hangt met 'n knop 'My Slideshare profile' weer een nieuwe bal.

Rest nog 'n raadseltje. Nee, twee. Iemand per ongeluk enig idee hoe Slideshare weet dat het ene bestand 'n presentatie en het andere bestand 'n document is? En wie is die ene downloader? ;-)

donderdag 29 juli 2010

Vakantie

Mijn laatste blogbericht is veertien dagen oud. Mijn Twitterpagina vertelt me dat ik daar al tien dagen niets van me heb laten horen. Het is zelfs al een paar dagen geleden dat ik voor het laatst een mail verstuurd heb. Toch staat mijn computer er allerminst verwaarloosd bij. Ik grijp mijn vakantierust onder meer aan voor heerlijk doelloos dwalen op het wereldwijde web. Hier iets lezen, daar een filmpje kijken, en weer ergens anders een plaatje bewonderen…

Vintage Book Spectrum (by Green Kitchen)(vergeet niet de 'before'-foto te bekijken ;-))

donderdag 15 juli 2010

En dat is één...

Na mijn tafeldiploma's, zwemdiploma's, middelbare-schooldiploma's, typediploma, doctoraal diploma en doctorsbul, that is :-)

donderdag 8 juli 2010

Summer School

Voorbij is het zeuren langs de zijlijn, mijn nieuwe taakomschrijving luidt 'onverstoorbaar doorgaan'. De taakomschrijving van een Web2.0 coach bij het NIOD, that is, want bij dat selecte gezelschap ben ik inmiddels ingelijfd. De reprise van de 12 Dingen zal als Summer School de boeken ingaan, de voorbereidingen zijn in volle gang.

Voor het programma zijn opnieuw alle 23 Archiefdingen doorgenomen. Alle 12 dingen keren terug, zodat afvallers uit de vorige cursus gewoon weer kunnen aanhaken. Wel zijn er wat accentverschillen: voor rss en Google Alerts is meer ruimte, en webcare krijgt meer aandacht. Tot het leesvoer behoren nu ook de dingen 20 - Footnote als voorbeeld van Archief2.0 in de praktijk - en 21 - Archief2.0 en de toekomst van archieven - uit de 23 Archiefdingen.

Deelnemers zullen minder aan zichzelf worden overgelaten. In de Summer School geen introductiemail op maandag en een vrijblijvende inloopbijeenkomst op vrijdag, maar per week twee bijeenkomsten waarin een nieuw ding wordt geïntroduceerd en voorgedaan.

Er wordt een duidelijker link gelegd tussen de speeltuin die Web2.0 lijkt te zijn en het werk. In elke bijeenkomst zal worden stilgestaan bij nut en noodzaak van een ding voor ons eerbiedwaardig instituut. Het is niet de bedoeling dat NIODFilm op YouTube en NIODFotoarchief op Flickr de hobby’s van een enkeling zijn, alle medewerkers moeten zich erbij betrokken voelen.

Voor het rooster, leesvoerlinks, presentaties, tutorials en tips kunnen de deelnemers terecht op het virtuele schoolbord van de coaches. Tot in India is aan de Summer School meegewerkt :-)

Ondertussen houden we 'n beetje in de gaten wat er elders gebeurt. Het NIOD is niet de enige waar afvallers en nieuwe aanhakers 'n crash course Web2.0 aangeboden krijgen. Bij het Nationaal Archief voegt men er een basiscursus HTML aan toe. Misschien ook iets voor ons?

Maar eerst: deelnemers werven! Morgen ga ik als een heus eenvrouwspromoteam met onze zomerse flyer bij alle collega’s langs :-)

zondag 27 juni 2010

De geschiedenis herhaalt zich

Bij het begin van de 12 Dingen cursus bleken verschillende collega's een behoorlijke drempel over te moeten voordat zij tot het starten van een weblog te bewegen waren. Zelfs één van de coaches gaf aan moeite te hebben met het verlies van controle over informatie die zij online zet. Wat gebeurt ermee? Wie gebruikt het? En in welke context?

Terechte vragen... maar tegelijk vragen die al een paar eeuwen oud zijn. Geen idee waarom, maar de introductie van nieuwe publicatiemethoden lijkt in eerste instantie vooral bijzonder duistere vermoedens omtrent de mogelijke intenties van 'n grote boze buitenwereld op te roepen. Daarvan getuigt 'n bladzijde uit één van de oudste boeken in mijn boekenkast (klik op de afbeelding voor een vergroting).

"De auteur kent geen Exemplaaren voor de zyne, als die met zyn eigen handt ondertekent zyn."

In 1747 kon je reputatie nog te gronde worden gericht doordat kwaadwillenden onder jouw naam ideeën publiceerden die beslist de jouwe niet waren. Het signeren van een boek diende niet om fans te plezieren, maar om een boek een certificaat van echtheid mee te geven en de auteur te vrijwaren van - in dit theologische geval - beschuldigingen van ketterij.

Het zal geen waterdichte methode zijn geweest, want wie zegt mij dat het werkelijk dominee Comrie was die zijn ganzeveer in de Oost-Indische inkt doopte en zijn naam in dit boek zette? Toch is 't een aardig inkijkje in hoe men toen tegen de (vermeende) gevaren van de boekdrukkunst aankeek.

'k Moet de eerste collega nog tegenkomen die zijn of haar boeken signeert om te voorkomen dat een ander met zijn of haar naam aan de haal gaat. Dat anderen ondertussen online wel met 'hun' onderwerpen als oorlog, holocaust en genocide aan de haal gaan, lijkt de geachte collega's minder te deren. Of zouden met het jubileumweblog toch de eerste schapen over de dam zijn?

donderdag 17 juni 2010

Joetjoep



Dankzij het Instituut voor Beeld en Geluid en onze bewegendebeeldencollega is ons eerbiedwaardig instituut weer 'n ietsiepietsie verder opgestoten in de vaart der volkeren... abonneer je ook op NIODFilm!

woensdag 16 juni 2010

Ding 12: sociale netwerken

Negen dagen geleden vierde mijn profiel op LinkedIn zijn derde verjaardag. Ik kwam op LinkedIn terecht door een uitnodiging van een vriend. Een plaagstootje, naar aanleiding van mijn weerzin jegens 'over niks babbelen met mensen die ik niet ken maar misschien handig zouden kunnen zijn om wel te kennen' (lees: netwerken). Omdat ik me niet wilde laten kennen, hengelde ik mijn cv erbij. 'k Vulde mijn profiel met informatie over mijn opleiding en werkervaring, en ging op zoek naar contacts. Inmiddels telt mijn netwerk bijna 100 oud-medestudenten, (oud-)collega's, mensen uit mijn kerkelijke gemeente en andere (soms vage) bekenden. Wat dat nou voor nut heeft? Take your pick...

Via LinkedIn houd ik contact met mensen die ik niet dagelijks spreek, zonder dat het onderhouden van dat contact me veel tijd kost. Op mijn LinkedIn-homepage verschijnen alle wijzigingen die de mensen uit mijn netwerk in hun profielen aanbrengen. Op Netvibes heb ik een rss-feed op deze homepage staan. Ik zie daardoor in één oogopslag wie welke nieuwe contacten heeft opgedaan, wie 'n nieuwe baan heeft, etcetera. Een aantal mensen uit mijn netwerk heeft, net als ik, een Twitteraccount aan LinkedIn gekoppeld. Via de netwerkupdates van LinkedIn zien we daardoor ook elkaars tweets.

En we weten waar we elkaar kunnen vinden als dat nodig is. Een paar maanden geleden ving ik op dat het NIOD moeite had om iemand te vinden voor het uitvoeren van een kortlopend project, in het bijzonder omdat het parttime uitgevoerd moest worden. Ik meldde dat ik wel iemand wist: een oud-collega die bij mijn vorige werkgever een soortgelijk project had gedaan, vanwege een andere baan juist graag parttime wilde werken en de grootst mogelijke moeite had om weer zoiets te vinden. Via LinkedIn zocht ik haar mailadres op, en een paar weken later konden zij en ik elkaar opnieuw als collega's begroeten :-)

LinkedIn biedt de mogelijkheid om je profiel met één druk op de knop op te slaan als pdf-bestand. Ik durf het nog niet aan om bij sollicitaties mijn cv door mijn LinkedIn-profiel te vervangen - ik zal maar net een potentiële werkgever treffen die hecht aan 'n ouderwets cv - maar stuur het inmiddels wel mee, naast mijn cv. Op het enkelzijdige A4'tje van een cv kan ik opsommen welke banen ik gehad heb, op LinkedIn kan ik kwijt wat ik in welke baan precies gedaan heb. Bovendien demonstreer ik direct mijn beheersing van het Engels, want ik hou in mijn profiel de moerstaal van LinkedIn aan.

Maar afgezien van al deze zakelijkheden: 't is ook gewoon 'n leuk tijdverdrijf om te kijken waar mensen die ik uit het oog verloren ben - vooral oud-medestudenten - terecht gekomen zijn :-)

vrijdag 11 juni 2010

Jubileumblog

Was ik gisteren nog 'n pietsie narrig over de belangstelling voor Web2.0 binnen ons eerbiedwaardig instituut, vandaag zie ik het weer 'n stuk zonniger in. De (al of niet nieuwbakken) Web2.0-diehards laten zich niet van de wijs brengen en de 12 Dingen cursus begint de eerste vruchten af te werpen, zo bleek tijdens de slotbijeenkomst van de cursus vanmiddag.

Over het vandaag geopende NIODFilm, het NIOD-kanaal op YouTube, volgt ongetwijfeld meer nieuws zodra het eerste filmpje erop staat. Op Flickr waren we al vertegenwoordigd als NIOD Beeldarchief. Daar komt binnenkort NIODBeeld bij, een photostream met foto's van NIOD-activiteiten.

Naar het jubileumblogEn... jawel... het eerste echte openbare instituutsblog is gelanceerd! Vorige week heb ik op verzoek van Madelon en Marije een weblog ingericht. Daarop doen zij vanaf deze week verslag van hun ervaringen rondom de jubileumuitgave Een open zenuw. Hoe wij ons de Tweede Wereldoorlog herinneren. Met bezoekers die een reactie achterlaten, gaan Madelon en Marije via het weblog in gesprek. Het weblog brengt verder het boek onder de aandacht en biedt organisaties de gelegenheid om auteurs uit te nodigen voor een lezing.

Natuurlijk wordt het weblog ook via de website van het NIOD gepromoot. De openingspagina is inmiddels getooid met een heuse jubileumknop (kortheidshalve door mij inmiddels 'jubelknop' gedoopt), waarmee bezoekers kunnen doorklikken naar een jubileumpagina. Daar staat informatie over het boek, wordt doorverwezen naar het weblog en worden alle berichten over jubileumactiviteiten overzichtelijk op een rijtje gezet. Wordt vervolgd...

donderdag 10 juni 2010

We zijn er nog lang niet

Morgen is de slotbijeenkomst van de 12 Dingen cursus. Eigenlijk 'n week te vroeg, want voor volgende week staat Ding 12 nog op het programma, maar goed, 'n kniesoor die daarop let ;-) 'k Denk dat ik voor mezelf wel op een rijtje heb welke Dingen blijvertjes zullen zijn, daar blog ik later misschien ook nog wel over. Maar eerst moet ik iets anders kwijt.

Begrijp me goed: ik snap dat de coaches niet iemand uit Den Bosch naar Amsterdam laten komen om een gezelschap van welgeteld tien mensen te vermaken. En ik weet dat een aantal collega's graag bij de slotbijeenkomst wilde zijn, maar acte de présence moet geven op een oral history symposium. Maar eerlijk gezegd baal ik er wel een beetje van dat de collega's die de cursus niet of niet helemaal gevolgd hebben, er blijkbaar voor kunnen zorgen dat de mensen die de cursus wel hebben gevolgd een interessante presentatie mislopen.

In het Informatieplan 2010-2014 voor NIOD en CHGS, afgelopen maandag in de afdelingsvergadering van Infodoc gepresenteerd, wordt ingezet op uitbreiding van de digitale dienstverlening via onder meer een virtuele studiezaal. Hoe gaan we dat doen als slechts een fractie van de afdeling zich in Web2.0 verdiept?

Aanvankelijk stond boven dit bericht als titel 'We zijn er bijna'. Maar 'k denk dat die vanuit instituutsperspectief toch (nog?) 'n tikkie te optimistisch is...

dinsdag 8 juni 2010

Ding 11: chatten

Dat ik een chatverleden heb, heb ik hier al 'ns eerder gemeld. Met de nadruk op 'verleden'. ICQ en irc-client mIRC zijn gesneuveld bij de laatste herinrichting van mijn computer, Windows Live Messenger (voorheen MSN) leidt op mijn computer een slapend bestaan.

Dat was tussen grofweg 1999 en 2004 anders: toen sloot en onderhield ik vriendschappen door te chatten, voerde ik online serieuze (en ook minder serieuze) gesprekken, en deed ik er veel van mijn websitebouwkennis op. Chatten was makkelijk: ik zat toch vaak achter de computer voor andere dingen, 'n chatvenster kon er dan ook nog wel bij. En niemand vindt het erg dat je ondertussen zit te eten, terwijl dat tijdens een telefoongesprek over het algemeen toch minder gewaardeerd wordt ;-)

Eén dag herinner ik me in het bijzonder: 9/11. Terwijl ik er via de live-uitzending van CNN op televisie getuige van was dat een vliegtuig zich in de tweede toren van het World Trade Center in New York boorde, stroomde het irc-kanaal dat ik beheerde vol met jongeren die voor zichzelf en samen probeerden te achterhalen wat er gebeurde en waarom.

De chatcontacten van toen zijn helaas vrijwel allemaal verwaterd. Als ik mensen niet meer regelmatig offline ontmoette - en mijn sociale leven raakte eind 2004 ingeperkt doordat ik 's morgens uitgeslapen op een kantoor werd verwacht - verwaterde ook het chatcontact. Chatten is voor mij dus blijkbaar een aanvulling op, niet een vervanging van offline contact.

Dat zou betekenen dat ik in het kader van deze cursus weer aan het chatten zou kunnen raken, per slot van rekening ontmoet ik mijn collega-cursisten met enige regelmaat en zit ik ook nog steeds met grote regelmaat achter mijn computer. Maar ik merk dat chatten me niet meer trekt, 't is mijn medium niet meer. 'k Heb alleen geen idee waarom.

zaterdag 5 juni 2010

Nieuwe cursus

Misschien loop ik een béétje op de dingen vooruit - sociale netwerken zijn het laatste ding van onze cursus en komen dus pas over anderhalve week aan de orde - maar het leek me geen kwaad kunnen alvast 'ns wat rond te neuzen op het sociale netwerk voor archivarissen in Nederland en Vlaanderen, Archief2.0.

Na het aanmelden, het bevestigen van mijn e-mailadres, het plaatsen van een badge op mijn weblog en het verzenden van een tweet met de mededeling dat ik lid geworden ben, wil ik net beginnen aan het vullen van mijn eigen pagina op Archief2.0 als de deurbel gaat. De postbode (nee, niet die, 'n andere), die een pakket komt afleveren: 'n witte doos met daarop het blauwe logo van de Leidse Onderwijsinstellingen (LOI). Mijn volgende cursus is gearriveerd!

Om mezelf (verder) te bekwamen op het gebied van informatietechnologie begin ik namelijk aan een IT-opleiding op HBO-niveau, de Academy Track Foundation. De volledige opleiding bestaat uit negen modules. Ik heb er voor komend half jaar drie gepland: de verplichte modules Information Systems Foundation en Information Systems Design and Development Foundation, en de keuzemodule Databases and SQL Foundation. Als het combineren van werk en studie geen problemen oplevert, en de studie kennis en vaardigheden oplevert waaraan ik echt iets heb, zou het zomaar kunnen zijn dat er nog meer modules bij komen.

Uit de doos met cursusmateriaal kwam ook nog iets anders...

Hm. Misschien is Marktplaats ook wel 'n nuttig ding ;-)

vrijdag 4 juni 2010

Waar zo'n cursus goed voor is

Woensdag zag ik via de rss feed op één van mijn Google Alerts dat op een forum was gereageerd op een bericht over de presentatie van Indischekamparchieven.nl. Een markering op de stadsplattegrond van Semarang bleek de locatie van de oude HBS (geboortejaar 1877) aan te wijzen, terwijl de markering had moeten wijzen naar het gebouw van de nieuwe HBS (geboortejaar 1937).

Nadat ik op het forum reageerde met excuses voor de verwarring en de belofte dat ik de markering zou verplaatsen, ging de behulpzame forumbezoeker zelf via de satellietfoto's in Google Maps op zoek naar het juiste gebouw. Doordat hij zo aardig was daarvan een klein screenshot te plaatsen, kon ik vandaag via iTouchMap moeiteloos de juiste coördinaten bepalen, en die vervolgens in de database van Indischekamparchieven.nl zetten.

Ik besloot mijn inspanningen via Twitter met de wereld te delen, onder dankzegging aan de forumbezoeker en met een verkorte link naar het bewuste forumbericht.

Even later kwam er een reactie uit het Nationaal Archief in Den Haag, van het plaatsvervangend Hoofd Dienstverlening.

Mijn reactie laat zich - met dank aan rss feeds, Google Alerts en Netvibes - natuurlijk raden ;-)

maandag 31 mei 2010

Combineren met Blogger

Naarmate deze cursus vordert, heb ik op steeds meer plekken informatie staan. Om het overzicht niet te verliezen, probeer ik de meeste dingen op de één of andere manier in mijn weblog te integreren. Dat kan met Delicious ook, ontdekte ik. 'n Klein tutorial voor wie hetzelfde voor elkaar wil krijgen...

Je begint met inloggen bij Delicious. Vervolgens kun je op de pagina Linkrolls van Delicious aangeven hoe je wilt dat je Delicious-bookmarks er op jouw weblog uit gaan zien: hoeveel links je wilt laten zien, in welke volgorde, en met of zonder jouw notities of tags erbij. Als je tevreden bent over het resultaat van je keuzes ga je de code die in het vak bovenaan het scherm staat, naar je weblog kopiëren.

In 'n ander tabblad van je browser log je in bij Blogger. Op de pagina 'Indeling' van je weblog klik je op 'Een gadget toevoegen'. Uit het lijstje gadgets dat verschijnt, kies je 'HTML/JavaScript'. Het veld 'inhoud' vul je met de Delicious-code van daarnet. Het titelveld kun je leeg laten als je bij het opmaken van je linklijstje op Delicious al een titel hebt opgegeven. Klik op 'opslaan', sleep eventueel de gadget nog naar de plaats waar-ie op je blogpagina moet verschijnen, klik weer op 'opslaan'... en klaar ben je.

Ook andere Web2.0 applicaties hebben pagina's die gericht zijn op webloggers die via hun weblog willen laten weten dat ze een applicatie gebruiken. En ook die knoppen voeg je toe op de manier die ik hierboven beschreven heb. Je hoeft niet voor elke knop een nieuwe gadget aan je weblog toe te voegen, je kunt in één en dezelfde HTML/JavaScript-gadget meerdere codes en dus meerdere knoppen kwijt. Als je weer van 'n knop af wilt, verwijder je eenvoudigweg de bij die knop horende code uit de gadget.

Voor een 'Follow me on Twitter'-knop begin je op de knoppenpagina van Twitter, voor een verwijzing naar je LinkedIn-profiel op de knoppenpagina van LinkedIn. En voor je het weet, is je weblog net 'n echte kerstboom ;-)

zondag 30 mei 2010

Ding 10: Twitter

Soedah!

Hmz. Neh. Da's wel erg makkelijk. Bovendien moet ik natuurlijk wel even trots melden dat ik inmiddels mijn eerste tweet verzonden heb! Per ongeluk, eigenlijk. Iemand uit mijn LinkedIn-netwerk tweette het adres van zijn weblog de wijde wereld in, maar maakte een foutje in de url. Voordat ik het wist, had ik daarover teruggeweet. Maar goed, veel socialer kon mijn eerste gebruik van deze vorm van social media niet zijn, toch? :-)

Verdere vorderingen op mijn Twitter-front behelzen het aanpassen van de kleur en achtergrond van mijn Twitter homepagina via Themeleon en het toevoegen van een 'Follow me'-knop in de rechterkolom van dit weblog. Dat laatste is een béétje inconsequent na mijn opmerking over egotrippen via volgers-gadgets, I know, but hey, I'm a woman ;-)

'k Heb inmiddels ook het aantal mensen en instellingen dat ik volg uitgebreid, waarbij het een geruststellende gedachte is dat ik ze - bijvoorbeeld bij gebleken onzinverkondiging - weer net zo makkelijk van mijn lijstje kan kiepen als ik ze erop gezet heb. In het maken van lists en het gebruik van hashtags (ben ik de enige die bij die term denkt aan trefwoorden voor cannabis?) moet ik me nog wat verder verdiepen, maar dat gaat vast lukken met behulp van 'n handleiding die ik online vond.

Ow. Ik bedenk nu dat ik helemaal vergeten ben de introductie en achtergrondinformatie op 23 Dingen te lezen. Oeps. Will do, alsnog, later deze week, beloofd!

donderdag 27 mei 2010

Ding 9: Wiki's

Hoe specialistischer de kennis, hoe lager vaak de oplage van de boeken waarin die kennis te vinden is. Dat maakt informatie soms bijzonder lastig te achterhalen. Internet verlaagt de drempel naar het op grote schaal delen van kennis. Bovendien is het intikken van een zoekterm toch net even minder tijdrovend dan het heen en weer bladeren tussen het register en individuele pagina's in een boek.

En toch geloof ik er geen snars van. Van de verhalen die wiki's aanprijzen als dé manier om kennis te delen voor mensen die geen html kennen. De verhalen die erop neerkomen dat vóór de introductie van de wiki onze aardbol bevolkt werd door mensen die stonden te trappelen om voor een groot publiek te schrijven over wat dan ook, maar daarin gefrustreerd werden door hun eigen onvermogen om een website in elkaar te knutselen.

Mijn indruk is veeleer dat mensen die van 'n bepaald onderwerp echt veel weten en de behoefte hebben om die kennis met anderen te delen, zich door obstakels als html niet laten weerhouden en allang een eigen website zijn gestart. Ongetwijfeld zijn onder bijvoorbeeld de Wikipedia-schrijvers mensen die blij zijn nu eens hun specialistische zegje te kunnen doen, maar mij maak je niet wijs dat zij vóór de lancering van Wikipedia al met z'n allen zaten te verlangen naar meeschrijven aan een encyclopedie. Volgens mij heeft het aanbod de vraag gecreëerd, niet de vraag het aanbod.

Maar goed, nu het aanbod er is: zouden wij daar vraag naar hebben? We hadden bij Indischekamparchieven.nl voor een wiki-vorm kunnen kiezen. Een paar duizend lemma's zouden zo te maken zijn: alle kampen en alle plaatsen een eigen pagina met beschrijving; alle transportschepen een eigen pagina met informatie over bouw, diensttijd en eventuele ondergang; alle bataljons met een beschrijving van hun activiteiten; biografieën van belangrijke personen; alle monumenten ter herinnering aan de oorlog in Indië met foto...

'Oorlog in Indië' leent zich als thema goed voor een encyclopedie, en (dus) ook voor een Wiki. Omdat ik volstrekt geen verstand van krijgsmachtonderdelen heb, zou de input van mensen die bataljons, regimenten en rangen wél uit elkaar kunnen houden zeer welkom zijn. Maar een Oorlog-in-Indië-wiki openstellen voor bijdragen door elke, al of niet toevallige, voorbijganger? Ik voorzie eindeloze aanpassingen van sommige pagina's... was het kamp nou wel of toch niet erg? En wat klopt er nou wel of niet van de verhalen over varkensmanden? Iemand zin in een dagtaak als moderator?

Eerst maar 'ns de kunst afkijken bij de wiki's die op 23 Archiefdingen genoemd worden... maar de oogst valt tegen. Archives Wiki blijkt een veredeld adresboek voor archiefinstellingen in een beperkt aantal landen. Aardig hoor, maar de naam van een archiefinstelling is ook zó ingetikt in Google. De ArchiefWiki met z'n online archiefterminologie voor Nederland en Vlaanderen vind ik handiger. Wel kan er méér dan daar tot nu toe gedaan wordt. De definities uit de Archiefterminologie zouden verrijkt kunnen worden met praktische links, bij 'datering' bijvoorbeeld naar de online editie van Grotefend.

Via Geboren in 1809 benut het Regionaal Archief Tilburg de kennis van haar eigen bezoekers en stamboomonderzoekers, maar doordat de pagina's stikken van de type- en taalfouten maakt het geheel een amateuristische indruk. De pagina over de gezellige excursie van de projectdeelnemers naar het Nationaal Archief helpt ook niet echt.

Het nut van wiki's voor projecten zie ik sowieso nog niet zo. Als ik de wiki van de jaarlijkse bijeenkomst van Amerikaanse archivarissen uit 2008 bekijk, krijg ik de indruk dat de informatie over de bijeenkomst in het wiki-format geperst is omdat wiki's in de mode zijn, niet omdat een wiki de handigste vorm voor het presenteren van die informatie is.

Mijn (voorlopige) conclusie: wiki's lijken mij first and foremost geschikt voor het aanbieden van informatie die op een encyclopedische manier te ordenen is. Om meerdere mensen aan één informatiebron te laten bijdragen, zijn wiki's niet nodig; ook weblogs kunnen door meerdere auteurs gevuld worden. En voor discussies lijkt een forum mij handiger dan de overlegpagina bij een wiki-lemma.

maandag 24 mei 2010

Ding 8: Delicious

In mijn eenpersoons huishouden waren wat dingen blijven liggen in de aanloop naar de lancering van Indischekamparchieven.nl, maar tussen het schoonmaken van keuken en badkamer, stofzuigen, dweilen, bed verschonen en planten verpotten door heb ik zowaar ook nog wat tijd weten te vinden om Delicious uit te proberen. En ik moet zeggen: 'k vind het gebruiksgemak groot.

't Is sowieso handig om m'n favorietenlijstje vanaf meerdere computers te kunnen raadplegen, want het gebeurt me regelmatig dat ik op m'n werk in mijn geheugen zit te graven naar een webadres waarvan ik weet dat het thuis in mijn bookmarks staat (of andersom). Het toevoegen van websites aan Delicious is een koud kunstje, zeker met de knop 'Save to Delicious' in mijn browser.

Voor interessante websites kan ik bovendien eenvoudig winkelen binnen Delicious: in mijn netwerk - tot nu toe alleen mijn werkkamergenote, maar dat gaat al de nodige mails met links schelen - en bij mijn subscriptions - 'k heb om te beginnen maar 'ns een abonnement genomen op de tag 'Nederlands-Indië'. Via de rss feeds die ik op mijn Netvibes-pagina geplakt heb, zie ik of er updates in mijn netwerk of bij mijn subscriptions zijn.

Webadressen uit beide overzichten kan ik eenvoudig toevoegen aan mijn eigen favorietenlijst door op 'save' te klikken. 'k Vind het wel prettig dat ik daarbij mijn eigen trefwoorden aan 'n webadres kan toevoegen, en niet vast zit aan de tags die iemand anders eraan toegevoegd heeft. Mijn vertrouwen in het tag-vermogen van de rest van de wereld wil namelijk nog niet echt groeien... maar daarin ben ik niet de enige ;-)

dinsdag 11 mei 2010

Ding 7: Google Old Maps

Het staat kort en krachtig in de subsidieaanvraag: de ruggengraat van Indischekamparchieven.nl gaat bestaan uit een aanklikbare kaart met kamplocaties, naar het voorbeeld van online routeplanners en de makelaarswebsite Funda. En het klinkt eenvoudig genoeg: locaties op een kaart worden voorzien van een markering en wie een markering aanklikt, krijgt een tekstballon met informatie. Maar hoe knutsel je zoiets daadwerkelijk in elkaar?

Dankzij jarenlang uitzoekwerk van allerlei mensen weten we van het merendeel van de interneringskampen waar ze lagen. Ze staan aangegeven op kaarten en stadsplattegronden in de Geïllustreerde atlas van de Japanse kampen in Nederlands-Indië 1942-1945 en de Geïllustreerde atlas van de bersiapkampen in Nederlands-Indië 1945-1947. En Google Maps is een uitstekend instrument om op een website geografische locaties te tonen.

Maar het contrast tussen de oude plattegronden uit de atlassen en Google Maps is groot. De oude plattegronden hebben 'n charme waar het simpele grijs-met-geel van Google karig tegen afsteekt. De straatnamen in Google Maps zijn die van vandaag, de straatnamen op de oude plattegronden die uit de tijd waarin de kampen bestonden. En wie het oude Batavia zoekt, verdwaalt op Google Maps in metropool Jakarta. De conclusie was snel getrokken: we wilden Google Maps, maar dan met oude kaarten. Google Old Maps. Of zoiets.

Oude kaarten waren snel gevonden. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) digitaliseerde enkele jaren geleden zijn collectie historische kaarten, en men bleek daar desgevraagd van harte bereid tot het beschikbaar stellen van scans van kaarten van Nederlands-Indië uit de jaren '30 en '40 van de vorige eeuw. Google Maps bleef de drijvende kracht achter wat inmiddels de 'geo-applicatie' heette, en onze websitebouwer zou de oude kaarten van het KIT over Google Maps heen leggen.

Elke oude kaart kwam automatisch op de juiste plek op de grote Google wereldkaart te liggen doordat elke kaart de coördinaten van haar linkerboven- en rechterbenedenhoek meekreeg. Hetzelfde principe zou ervoor zorgen dat de markeringen van de kamplocaties op de juiste plek belandden: aan de informatie over elk kamp, die inmiddels in MAIS-Flexis was ingevoerd, zouden de lengte- en breedtegraad van het kamp worden toegevoegd. Op basis van die coördinaten zou op de juiste kaart op de juiste plek een markering van het kamp verschijnen, voorzien van een tekstballon met beknopte nadere informatie over dat kamp.

Maar hoe rijk aan informatie de kampatlassen ook zijn, lengte- en breedtegraden van kamplocaties staan er niet in. De zoekfunctie van het KIT werkt op basis van een database met coördinaten, maar dat zijn de lengte- en breedtegraden van steden en dorpen, niet van straten of gebouwen in die steden. Hoe kwamen we dan toch aan de coördinaten van de kamplocaties? Het antwoord op die vraag vond ik toen ik op iTouchMap.com stuitte.

Deze website maakt gebruik van Google Maps, maar voegt daar een handige functie aan toe: wanneer je op een plek op de Google-kaart klikt, verschijnen in de linkerbenedenhoek van de websitepagina de lengte- en breedtegraad van het punt dat je aangeklikt hebt. Je kunt zelfs kiezen tussen decimalen en in graden, minuten en seconden. De truc werkt overigens ook andersom: wanneer je in de rechterbenedenhoek van de pagina de lengte- en breedtegraad van een plaats intikt, verschijnt op de kaart een markering van die plaats.

Aan de hand van de kaarten in de atlassen zocht ik op de Google-kaart op iTouchMap.com elke kamplocatie op. Tot mijn verrassing bleek dat, als ik de weergave van de Google-kaart instelde op ‘hybrid’ (de Google-kaart geprojecteerd op satellietfoto’s), eenvoudiger dan ik dacht. De steden zijn op de satellietfoto’s weliswaar een stuk groter dan op de stadsplattegronden uit de atlassen en de straatnamen zijn anders, maar de stadscentra zijn vaak nog goed herkenbaar. Waterwegen liggen over het algemeen nog op dezelfde plaats, het stratenplan is zelden ingrijpend gewijzigd, en soms zijn zelfs de gebouwen nog intact.


Grotere kaart weergeven

Niet van elke markering zullen lengte- en breedtegraad tot op de graad, minuut en seconde kloppen. Bij kampen die buiten de bewoonde wereld lagen, was 't soms gokken aan de hand van bergruggen en rivierbochten. En de oude kaarten, getekend op basis van landmetingen, verhouden zich soms niet al te netjes tot coördinaten die met satellieten zijn bepaald. Maar de markering van de Soekamiskin-gevangenis in Bandung staat, zeker weten, op de juiste plek. En inmiddels weet ik ook dat er een mooi woord is voor wat ik deed: georeferencing. Of was 't nou geotagging? Nou ja, 't resultaat is 'n mashup. Geloof ik.

donderdag 6 mei 2010

Flickr versus Picasa

Onder de intrigerende titel Flickr up? voegt een collega een nieuwe aflevering toe aan de kritiek op 23 Dingen die ik in een eerdere posting begon: als je de aanwijzingen op 23 Dingen braaf volgt, zit je binnen no time met een grote hoeveelheid gebruikersaccounts van allerhande verschillende Web2.0-diensten, terwijl dat niet strikt noodzakelijk is.

Bij Ding 6 gaat het om het aanmaken van een Yahoo-account om Flickr te kunnen gebruiken, terwijl we vanwege ons geBlogger al een Picasa Webalbum hebben. Eerder werden we naar Netvibes gestuurd terwijl we al een Google-account hebben en dus ook met iGoogle of Google Reader de wondere wereld van de rss-feed hadden kunnen verkennen.

Eén van onze coaches haast zich om webcare te verrichten en beargumenteert de keuze voor Flickr door te wijzen op Flickr the Commons, de Flickr-afdeling waar archiefinstellingen hun foto's aan het grote publiek kunnen laten zien. Maarrehm... dat er niet zoiets is als Picasa the Commons wil toch niet zeggen dat archiefinstellingen dan dús maar voor Flickr zouden moeten kiezen? 'n Archiefinstelling kan toch ook besluiten om haar foto's via Picasa te laten zien?

Vanuit het perspectief van een niet-betalende gebruiker bekeken, zijn er meer argumenten voor Picasa dan voor Flickr. Over Flickrs omgang met foto's met een hoge resolutie schreef ik eerder al. Picasa legt je wat dat betreft maar één beperking op: je gratis Webalbum mag niet groter zijn dan 1 Gigabyte. Binnen die ruimte mag je zoveel foto's uploaden als je wilt, mogen individuele fotobestanden zo groot zijn als je wilt, en kun je ook bij je grote bestanden zonder te hoeven betalen.

Bij Picasa mag je je foto's in zoveel 'sub-albums' ordenen als je wilt. Als niet-betaler mag je dat bij Flickr ook. Als je er maar niet meer dan 3 maakt. Oh, enneh... als je nu een Flickr-album aan het opbouwen bent: ga niet op vakantie en krijg het niet druk met andere dingen, want je moeite van nu kan straks foetsie zijn. Flickr verwijdert gratis accounts waarop 90 dagen geen activiteit is geweest.

Maar bij wijze van lichte recalcitrantie - lees: ik laat me door Blogger niet vertellen dat ik Picasa moet gebruiken - toch 'n Flickr-foto. Die over 90 dagen waarschijnlijk weer foetsie is, dus bekijk 'm zolang het kan. Plaats van handeling is Vinkeveen, de gelegenheid vermoedelijk een huwelijksjubileum van mijn grootouders van vaderskant.

Familie Van Selm

Wie 'n gokje wil wagen, mag raden wie op deze foto mijn vader is. Maar vertel me niet dat ik op 'm lijk. Dat weet ik al ;-)

woensdag 5 mei 2010

Nieuwe hobby

Het is nummer 18 op de lijst van 23Dingen en komt in de selectie van 12 Dingen niet voor, maar 't is wel erg leuk om te doen als je je verveelt...

maandag 3 mei 2010

Ding 6: Flikkeren

Flickr. Hm. Ik blijf 't een vreemde naam vinden. "Kijk ze eens flikkeren." Welke cabaretier zei dat ook alweer? Toon Hermans? Goed, alle vrije associaties op 'n stokje, dit is een serieuze cursus ;-)

Het filmpje dat op 23Dingen wordt vertoond, prijst Flickr vooral aan als online backup voor je foto's. Dat klinkt heel mooi, maar is niet helemaal waar. Meer dan 200 foto's uploaden heeft met een gratis account weinig zin, want je krijgt alleen de 200 recentste foto's te zien. Pas als je jezelf een Pro Account aanmeet, worden al je foto's zichtbaar.

Bovendien denk ik bij 'backup' aan het opslaan van originelen, foto's met een hoge resolutie dus. Foto's die via een gratis account worden geupload, worden door Flickr echter gecomprimeerd tot kleinere bestanden. 'More web-friendly dimensions' noemt Flickr dat. Alleen die kleinere bestanden zijn zichtbaar, niemand - ook de uploader zelf niet - kan bij de originele grote bestanden. Pas als je 25 Amerikaanse dollars voor een Pro Account hebt neergeteld, geeft Flickr toegang tot de grote bestanden.

't Is begrijpelijk - voor niets gaat tenslotte de zon op - maar het ondergraaft de stelling dat Flickr een goede online backupmogelijkheid voor foto's is wel 'n beetje. Moeten betalen om bij je eigen bestanden te kunnen? Doe mij dan maar 'n goeie externe harddisk.

Daarmee heb ik Flickr overigens allesbehalve afgeserveerd. Voor het delen van foto's met anderen vind ik Flickr een prima instrument. Een vriend van mij is niet zo'n schrijver, maar wel een enthousiast fotograaf. Dankzij Flickr hoeft hij zich niet in allerlei bochten te wringen om uit een toetsenbord te krijgen wat hij tijdens vakanties ziet en meemaakt. Hij hoeft alleen maar zijn foto's te uploaden en via Flickr kijk ik gewoon met hem mee.

zondag 25 april 2010

Netvibes: archiveren en terugzetten

Zo langzamerhand zullen hier en daar de nodige Netvibespagina's behoorlijk aan het vollopen zijn. Gelukkig kun je eenvoudig van items op zo'n Netvibespagina af: je klikt op het kruisje in de rechterbovenhoek van dat wat je verwijderen wilt, en klaar.

Nee, niet klaar. Netvibes wil graag weten of je wel zeker weet dat je iets kwijt wilt. Het kan natuurlijk zijn dat je per ongeluk op dat kruisje gedrukt hebt en helemaal niks wilt verwijderen. Het kan ook zijn dat je iets niet definitief kwijt wilt, maar 't gewoon even niet meer wilt zien. Of misschien wil je toch wel echt wat je zegt dat je wilt: verwijderen.

Als je voor 'verwijderen' kiest, verdwijnt een item - bijvoorbeeld een rss feed - definitief uit je Netvibes. Als je voor 'archiveren' kiest, verdwijnt de feed van je tabblad, maar kun je 'm later terughalen. Dat doe je als volgt:

1. Klik op je accountnaam in de rechterbovenhoek van het Netvibes-scherm
2. Kies 'Activiteiten'

3. Ga naar 'Mijn privé activiteit'

4. Kies de feed of widget die je wilt terughalen en druk op, jawel, 'terugzetten'.

Als je een item per ongeluk gearchiveerd hebt, maar het eigenlijk definitief had willen verwijderen, kun je het via 'Mijn privé activiteit' alsnog verwijderen. Je hoeft het daarvoor niet eerst terug te zetten. Kies bij het bewuste item in 'Mijn privé activiteit' voor 'verwijderen'. Als je bevestigd hebt dat je het echt wilt verwijderen, wordt het doorgestreept. De volgende keer dat je 'Mijn privé activiteit' raadpleegt, is het uit je activiteitenlijst verdwenen.

Google Alert op Netvibes

Voor de collega's die het lastig vinden om een rss feed van een Google Alert op hun Netvibes te plakken.

Internet doorzoeken op een trefwoord is 'n koud kunstje. Op de beginpagina van een zoekmachine, bijvoorbeeld Google, tik je een zoekterm in en voilá: de zoekresultaten verschijnen op je scherm. Google maakt het nog makkelijker: je kunt Google automatisch laten zoeken op het door jou gekozen trefwoord en de resultaten van die zoekopdracht in je mailbox laten belanden. Google noemt dit Google Alerts of, als Google Nederlands spreekt, Google-meldingen.

Google AlertsOp de webpagina Google Alerts kun je jouw zoekwoord invoeren. Vervolgens geef je aan waar je wilt dat Google zoekt: in nieuws, weblogs, op het web of "uitgebreid". Daarna wil Google van je weten hoe vaak Google moet zoeken: "zodra iets gebeurt", één keer per dag of één keer per week. Ook geef je aan hoeveel resultaten je precies gemaild wilt hebben: je kunt kiezen tussen een maximum van 20 en een maximum van 50 zoekresultaten. Tot slot voer je je e-mailadres in, en druk je op 'melding maken'.

Het kan echter nóg handiger: je kunt ervoor kiezen de Google Alerts niet per mail, maar als rss-feed te laten binnenkomen. Dat vereist dat je je op de webpagina Google Alerts aanmeldt met je Google-account, via de link 'aanmelden' in de rechterbovenhoek van het scherm. Zodra je dat gedaan hebt, kom je op een scherm waar je nieuwe meldingen kunt maken en je meldingen kunt beheren.

Druk op 'nieuwe melding', voer je zoekwoord in, en maak je keuzes: waar Google moet zoeken, hoe vaak, en hoeveel zoekresultaten maximaal geleverd moeten worden. Daarna maak je nog een keuze: waar moeten de zoekresultaten naartoe?

Je kunt kiezen tussen e-mail - dan komen de meldingen terecht op het e-mailadres dat bij je Google-account hoort - en feed. Kies 'feed' en druk op 'melding maken'. Het scherm ververst, je ziet je melding staan in wat 'n hele lijst van meldingen kan gaan worden.

Nu moet de feed nog ergens naartoe. Google probeert het je weer makkelijk te maken en biedt een link aan waarmee je de feed eenvoudig in Google Reader plakt, maar omdat wij experimenteren met Netvibes zijn er iets meer klikken nodig.

1. klik in je Google-meldingenscherm op 'Feed'
2. kopieer de link die helemaal bovenaan je scherm staat (het adres van de pagina die je ziet)
3. ga naar het Netvibes-tabblad waar je de feed wilt laten binnenkomen
4. druk in Netvibes op 'inhoud toevoegen' (de groene knop in de linkerbovenhoek)
5. kies 'Een feed toevoegen'
6. plak in het invoerveld de link van de Google-melding-pagina
7. druk op 'Voeg feed toe'

Als alles goed gegaan is, verschijnt de Google-melding nu op je Netvibes-tabblad.

Als de melding niet oplevert wat je ervan verwachtte, kun je er eenvoudig weer vanaf. Om de feed van je Netvibes-pagina te verwijderen, klik je op het kruisje in de rechterbovenhoek van het feedschermpje. Vervolgens vraagt Netvibes wat je wilt: definitief verwijderen, archiveren of annuleren. Kies je voor het eerste, dan verdwijnt de feed definitief. Als je voor 'archiveren' kiest, verdwijnt de feed van je tabblad, maar kun je de feed eventueel later terughalen.

In het scherm waar je net een Google-melding hebt gemaakt, kun je de meldingen ook beheren. Je kunt de melding daar dus ook verwijderen. Zet een vinkje in het vakje vóór de melding die je kwijt wilt en druk op 'verwijderen' links onderaan. Je kunt de melding ook bewerken, bijvoorbeeld het zoekwoord aanpassen. In dat geval is het verstandig om de feed opnieuw op je Netvibespagina te plaatsen, op dezelfde manier als je dat hebt gedaan toen je de Google-melding voor het eerst maakte.

zaterdag 24 april 2010

Ding 5: sambal erbij?

Het Dingen-assortiment bevat voor mij nu al in elk geval één blijvertje: de rss-feed. Tot vorige maand deed ik niets met feeds, hoogstens controleerde ik 'ambtshalve' even of de feed op onze instituutswebsite bleef doen wat-ie moest doen. Inmiddels begin ik het nut van feeds in te zien, al ben ik nog wel aan het schrappen en toevoegen om tot 'n afgewogen selectie van interessante berichten te komen.

Nog maar weinig 'Indische' websites blijken de rss-feed te hebben ontdekt als middel om belangstellenden op de hoogte te houden. Eigenlijk voorzien alleen de weblogs Indisch4ever en Indisch3.0 in mijn kersverse behoefte. En The Jakarta Post natuurlijk, zolang ik het Indonesisch nog steeds niet goed genoeg machtig ben om Indonesische kranten te lezen.

Dankzij Indisch4ever ontdek ik dat ook bij Stichting Tong Tong een lampje is gaan branden: ze vullen daar sinds enkele weken de bestaande website over de Tong Tong Fair (voorheen Pasar Malam Besar) aan met een weblog vol programmanieuws. De websites hebben geen rss-feed, maar het weblog wel.

Indisch maandblad Moesson en Archipel Magazine zijn nog niet zo ver. Ook bij IndischHistorisch.nl en het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek vang ik bot. Al hebben ze stuk voor stuk professioneel ogende websites, op rss-gebied schitteren ze door afwezigheid.

Dan moet ik maar iets anders verzinnen. Ik ga aan het knutselen met Google Alerts. Omdat ik niet precies weet welk trefwoord het beste zal werken, maak ik twee Alerts: eentje op 'Indië' en eentje op 'Indisch'. De bijbehorende feeds plaats ik op mijn Netvibes-pagina. En warempel, 't werkt! Nou ja, sort of.

De winst zit in nieuwe sites en weblogs die ik ontdek. Maar 'k heb inmiddels ook ontdekt dat 'Oost-Indisch doof' een uitdrukking is die op internet zeer regelmatig gebruikt wordt. En dat internetschrijvers 'Indisch' en 'Indiaas' nog wel 'ns door elkaar willen halen. En dat er best veel 'koloniaal Indische' meubelen op Marktplaats worden aangeboden. En dat je 'n hoop menukaarten van Chinees-Indische restaurants op internet kunt vinden...

Toch 'ns bij collega's informeren of het trefwoord 'oorlog' nou veel inzicht in het assortiment van snackbars oplevert.

woensdag 21 april 2010

Twiet!

"You don't have any followers just yet. You probably will soon, though!" 'k Betwijfel of ik zonder deze troostende opmerking erg verdrietig de nacht was ingegaan, maar voor 'n kersverse Twitteraar die nog geen tweet de wereld in gestuurd heeft, is de bemoediging toch aardig.

Eerst maar 'ns wat mensen zoeken om te volgen. Twee collega's van wie ik weet dat ze op Twitter actief zijn, zijn snel gevonden. Het voelt wel een beetje raar om mijn werkkamergenote toe te voegen. We betrappen onszelf er soms al op dat we elkaar dingen mailen die we net zo goed even tegen elkaar hadden kunnen zeggen...

Omdat ik in het lijstje tweets van mijn kamergenote zie dat je ook vanaf Netvibes kunt twitteren, zoek ik in Netvibes de Twitter-widget op en plak die op één van mijn tabbladen. Terwijl ik daarmee bezig ben, rolt er een mailtje binnen met de mededeling dat de andere collega mij wil gaan volgen. Kijk 'ns aan, binnen een kwartier na het aanmaken van mijn account al één volger! Schaap, dam... dat moet goedkomen.

Nadat ik mijn Twitteraccount ook aan mijn LinkedIn-profiel heb toegevoegd, is het tijd voor de eerste tweet... ehm... mag ik daar 'n nachtje over slapen?

dinsdag 20 april 2010

3D

Mijn handen jeuken om een nieuw speeltje te gaan uitproberen. Via een artikel in de Volkskrant van vorige week ontdekte ik Sketchup, gratis bij Google te downloaden software waarmee 3D-modellen van gebouwen kunnen worden gemaakt.



Het zal me wel wat tijd en zweetdruppels gaan kosten voordat ik er enige handigheid in krijg - als ik de software tenminste niet vóór die tijd al geïrriteerd van mijn computer gemikt heb - maar dan zou zich zomaar een weg naar mooie toepassingen kunnen openen. Wat let me dan bijvoorbeeld om op basis van kampplattegronden en oude foto's een 3D-model te maken van een Japans kamp in Indië?

Maar goed, eerst even bijkomen van een dagje 'websitebouwer opvoeden' in Groningen. Terwijl mijn computer de afleveringen van 24 en House binnenhengelt die gisteravond in Amerika op televisie zijn uitgezonden, duik ik in bad met de nieuwste psychologische thriller van Sophie Hannah. Blub!

Gevolg

Blogger had de keuze al voor me gemaakt: toen ik er een weblog opende, werd ik ook meteen leverancier van rss feeds. Bij Blogger zijn twee dingen namelijk standaard. Onderaan de openingspagina van een Blogger-weblog kunnen bezoekers zich abonneren op de rss feed van dat weblog; die rss feed kunnen ze vervolgens in een reader naar keuze laten binnenkomen. Bovendien zet Blogger het Volgers-gadget in de zijbalk van 'n blog; wie zich aanmeldt als volger krijgt op z'n eigen Blogger-dashboard te zien of er nieuwe berichten zijn op de weblogs die hij volgt.

Dat vind ik 'n beetje dubbelop. Als ik de rss feed van een weblog op mijn iGoogle- of Netvibes-pagina plak, hoef ik die feed niet ook nog eens op mijn Blogger-dashboard tegen te komen. Omdat ik bij iGoogle of Netvibes ook feeds kan bijhouden van weblogs en websites zonder Volgers-gadget is dat voor mij de plek om feeds te laten binnenkomen, niet 'n Blogger-dashboard dat zich tot Blogger-weblogs beperkt. Ergo: ik volg wel met behulp van rss, niet via Google Friend Connect.

Mijn eigen gevolg zou op dit moment bestaan uit collega's, die inmiddels - als het goed is - ook al met rss feeds aan het experimenteren zijn. Misschien komen ook zij tot de conclusie dat een iGoogle- of Netvibespagina handiger is dan het Blogger-dashboard. Dan wordt het enige nut van het Volgers-gadget op mijn weblog dat ik kan roepen: "Kijk eens hoeveel volgers ik heb!" Tsja. Laten we het erop houden dat ik de ruimte op mijn weblog voor andere dingen wil gebruiken dan voor egotrips ;-)

'k Heb het Volgers-gadget ingeruild voor iets dat in mijn ogen nuttiger is: het gadget 'Aanmelden bij' (omgedoopt tot 'RSS'), twee knoppen aan de zijkant van mijn blog. Met de bovenste kunnen bezoekers zich abonneren op mijn berichten, met de onderste op alle reacties die op mijn weblog verschijnen. Die laatste knop vind ik, merk ik, handig op de weblogs van anderen. Soms heb ik zelf niet direct de behoefte om te reageren op een weblogbericht, maar zou ik wel graag willen weten wat de reacties van anderen zijn. Met zo'n reacties-abonnement hoef ik niet meer alle weblogs langs om bij elk bericht het linkje 'reacties' open te klikken om te kijken of er soms iets nieuws bij staat, maar belanden alle reacties keurig op mijn Netvibes-pagina. Da's een service die ik bezoekers van mijn weblog ook graag wil bieden.

Over service gesproken: wat is nu eigenlijk service, als het om het aanbieden van een rss feed gaat? Blogger geeft je daarvoor drie keuzes (Instellingen >> Site-feed >> Blogfeeds toestaan): geen, kort en volledig. Over 'geen' ga ik het niet hebben, 't is de keuze tussen 'kort' en 'volledig' die me bezighoudt. Zijn rss feeds een lokkertje voor de 'echte' site? Of zijn ze een informatiemiddel op zichzelf?

Als ik voor 'kort' kies, belanden alleen de eerste 255 tekens van mijn nieuwe blogbericht bij mijn rss-abonnees. Voor het volledige bericht moeten ze naar mijn weblog doorklikken. Die eerste regels moeten dan dus wel de kern van mijn betoog bevatten, of zo prikkelend zijn dat ze uitnodigen tot doorklikken. Heb ik zin om daar tijdens het schrijven rekening mee te houden? Niet echt. Vind ik dat mensen voor het lezen van mijn berichten per sé mijn weblog moeten bezoeken? Ook niet. 'k Merk bovendien dat ik het zelf prettig vind als ik een full feed binnenkrijg, het hele bericht via Netvibes kan lezen, en niet van een partial feed hoef door te klikken naar een website voor de rest van een bericht. Ok, ik ben eruit, mijn site-feed gaat op 'volledig'.

Oh. Da's ook de standaardinstelling van Blogger... nou ja, ik kan die instelling nu in elk geval beargumenteren ;-)