zondag 25 april 2010

Netvibes: archiveren en terugzetten

Zo langzamerhand zullen hier en daar de nodige Netvibespagina's behoorlijk aan het vollopen zijn. Gelukkig kun je eenvoudig van items op zo'n Netvibespagina af: je klikt op het kruisje in de rechterbovenhoek van dat wat je verwijderen wilt, en klaar.

Nee, niet klaar. Netvibes wil graag weten of je wel zeker weet dat je iets kwijt wilt. Het kan natuurlijk zijn dat je per ongeluk op dat kruisje gedrukt hebt en helemaal niks wilt verwijderen. Het kan ook zijn dat je iets niet definitief kwijt wilt, maar 't gewoon even niet meer wilt zien. Of misschien wil je toch wel echt wat je zegt dat je wilt: verwijderen.

Als je voor 'verwijderen' kiest, verdwijnt een item - bijvoorbeeld een rss feed - definitief uit je Netvibes. Als je voor 'archiveren' kiest, verdwijnt de feed van je tabblad, maar kun je 'm later terughalen. Dat doe je als volgt:

1. Klik op je accountnaam in de rechterbovenhoek van het Netvibes-scherm
2. Kies 'Activiteiten'

3. Ga naar 'Mijn privé activiteit'

4. Kies de feed of widget die je wilt terughalen en druk op, jawel, 'terugzetten'.

Als je een item per ongeluk gearchiveerd hebt, maar het eigenlijk definitief had willen verwijderen, kun je het via 'Mijn privé activiteit' alsnog verwijderen. Je hoeft het daarvoor niet eerst terug te zetten. Kies bij het bewuste item in 'Mijn privé activiteit' voor 'verwijderen'. Als je bevestigd hebt dat je het echt wilt verwijderen, wordt het doorgestreept. De volgende keer dat je 'Mijn privé activiteit' raadpleegt, is het uit je activiteitenlijst verdwenen.

Google Alert op Netvibes

Voor de collega's die het lastig vinden om een rss feed van een Google Alert op hun Netvibes te plakken.

Internet doorzoeken op een trefwoord is 'n koud kunstje. Op de beginpagina van een zoekmachine, bijvoorbeeld Google, tik je een zoekterm in en voilá: de zoekresultaten verschijnen op je scherm. Google maakt het nog makkelijker: je kunt Google automatisch laten zoeken op het door jou gekozen trefwoord en de resultaten van die zoekopdracht in je mailbox laten belanden. Google noemt dit Google Alerts of, als Google Nederlands spreekt, Google-meldingen.

Google AlertsOp de webpagina Google Alerts kun je jouw zoekwoord invoeren. Vervolgens geef je aan waar je wilt dat Google zoekt: in nieuws, weblogs, op het web of "uitgebreid". Daarna wil Google van je weten hoe vaak Google moet zoeken: "zodra iets gebeurt", één keer per dag of één keer per week. Ook geef je aan hoeveel resultaten je precies gemaild wilt hebben: je kunt kiezen tussen een maximum van 20 en een maximum van 50 zoekresultaten. Tot slot voer je je e-mailadres in, en druk je op 'melding maken'.

Het kan echter nóg handiger: je kunt ervoor kiezen de Google Alerts niet per mail, maar als rss-feed te laten binnenkomen. Dat vereist dat je je op de webpagina Google Alerts aanmeldt met je Google-account, via de link 'aanmelden' in de rechterbovenhoek van het scherm. Zodra je dat gedaan hebt, kom je op een scherm waar je nieuwe meldingen kunt maken en je meldingen kunt beheren.

Druk op 'nieuwe melding', voer je zoekwoord in, en maak je keuzes: waar Google moet zoeken, hoe vaak, en hoeveel zoekresultaten maximaal geleverd moeten worden. Daarna maak je nog een keuze: waar moeten de zoekresultaten naartoe?

Je kunt kiezen tussen e-mail - dan komen de meldingen terecht op het e-mailadres dat bij je Google-account hoort - en feed. Kies 'feed' en druk op 'melding maken'. Het scherm ververst, je ziet je melding staan in wat 'n hele lijst van meldingen kan gaan worden.

Nu moet de feed nog ergens naartoe. Google probeert het je weer makkelijk te maken en biedt een link aan waarmee je de feed eenvoudig in Google Reader plakt, maar omdat wij experimenteren met Netvibes zijn er iets meer klikken nodig.

1. klik in je Google-meldingenscherm op 'Feed'
2. kopieer de link die helemaal bovenaan je scherm staat (het adres van de pagina die je ziet)
3. ga naar het Netvibes-tabblad waar je de feed wilt laten binnenkomen
4. druk in Netvibes op 'inhoud toevoegen' (de groene knop in de linkerbovenhoek)
5. kies 'Een feed toevoegen'
6. plak in het invoerveld de link van de Google-melding-pagina
7. druk op 'Voeg feed toe'

Als alles goed gegaan is, verschijnt de Google-melding nu op je Netvibes-tabblad.

Als de melding niet oplevert wat je ervan verwachtte, kun je er eenvoudig weer vanaf. Om de feed van je Netvibes-pagina te verwijderen, klik je op het kruisje in de rechterbovenhoek van het feedschermpje. Vervolgens vraagt Netvibes wat je wilt: definitief verwijderen, archiveren of annuleren. Kies je voor het eerste, dan verdwijnt de feed definitief. Als je voor 'archiveren' kiest, verdwijnt de feed van je tabblad, maar kun je de feed eventueel later terughalen.

In het scherm waar je net een Google-melding hebt gemaakt, kun je de meldingen ook beheren. Je kunt de melding daar dus ook verwijderen. Zet een vinkje in het vakje vóór de melding die je kwijt wilt en druk op 'verwijderen' links onderaan. Je kunt de melding ook bewerken, bijvoorbeeld het zoekwoord aanpassen. In dat geval is het verstandig om de feed opnieuw op je Netvibespagina te plaatsen, op dezelfde manier als je dat hebt gedaan toen je de Google-melding voor het eerst maakte.

zaterdag 24 april 2010

Ding 5: sambal erbij?

Het Dingen-assortiment bevat voor mij nu al in elk geval één blijvertje: de rss-feed. Tot vorige maand deed ik niets met feeds, hoogstens controleerde ik 'ambtshalve' even of de feed op onze instituutswebsite bleef doen wat-ie moest doen. Inmiddels begin ik het nut van feeds in te zien, al ben ik nog wel aan het schrappen en toevoegen om tot 'n afgewogen selectie van interessante berichten te komen.

Nog maar weinig 'Indische' websites blijken de rss-feed te hebben ontdekt als middel om belangstellenden op de hoogte te houden. Eigenlijk voorzien alleen de weblogs Indisch4ever en Indisch3.0 in mijn kersverse behoefte. En The Jakarta Post natuurlijk, zolang ik het Indonesisch nog steeds niet goed genoeg machtig ben om Indonesische kranten te lezen.

Dankzij Indisch4ever ontdek ik dat ook bij Stichting Tong Tong een lampje is gaan branden: ze vullen daar sinds enkele weken de bestaande website over de Tong Tong Fair (voorheen Pasar Malam Besar) aan met een weblog vol programmanieuws. De websites hebben geen rss-feed, maar het weblog wel.

Indisch maandblad Moesson en Archipel Magazine zijn nog niet zo ver. Ook bij IndischHistorisch.nl en het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek vang ik bot. Al hebben ze stuk voor stuk professioneel ogende websites, op rss-gebied schitteren ze door afwezigheid.

Dan moet ik maar iets anders verzinnen. Ik ga aan het knutselen met Google Alerts. Omdat ik niet precies weet welk trefwoord het beste zal werken, maak ik twee Alerts: eentje op 'Indië' en eentje op 'Indisch'. De bijbehorende feeds plaats ik op mijn Netvibes-pagina. En warempel, 't werkt! Nou ja, sort of.

De winst zit in nieuwe sites en weblogs die ik ontdek. Maar 'k heb inmiddels ook ontdekt dat 'Oost-Indisch doof' een uitdrukking is die op internet zeer regelmatig gebruikt wordt. En dat internetschrijvers 'Indisch' en 'Indiaas' nog wel 'ns door elkaar willen halen. En dat er best veel 'koloniaal Indische' meubelen op Marktplaats worden aangeboden. En dat je 'n hoop menukaarten van Chinees-Indische restaurants op internet kunt vinden...

Toch 'ns bij collega's informeren of het trefwoord 'oorlog' nou veel inzicht in het assortiment van snackbars oplevert.

woensdag 21 april 2010

Twiet!

"You don't have any followers just yet. You probably will soon, though!" 'k Betwijfel of ik zonder deze troostende opmerking erg verdrietig de nacht was ingegaan, maar voor 'n kersverse Twitteraar die nog geen tweet de wereld in gestuurd heeft, is de bemoediging toch aardig.

Eerst maar 'ns wat mensen zoeken om te volgen. Twee collega's van wie ik weet dat ze op Twitter actief zijn, zijn snel gevonden. Het voelt wel een beetje raar om mijn werkkamergenote toe te voegen. We betrappen onszelf er soms al op dat we elkaar dingen mailen die we net zo goed even tegen elkaar hadden kunnen zeggen...

Omdat ik in het lijstje tweets van mijn kamergenote zie dat je ook vanaf Netvibes kunt twitteren, zoek ik in Netvibes de Twitter-widget op en plak die op één van mijn tabbladen. Terwijl ik daarmee bezig ben, rolt er een mailtje binnen met de mededeling dat de andere collega mij wil gaan volgen. Kijk 'ns aan, binnen een kwartier na het aanmaken van mijn account al één volger! Schaap, dam... dat moet goedkomen.

Nadat ik mijn Twitteraccount ook aan mijn LinkedIn-profiel heb toegevoegd, is het tijd voor de eerste tweet... ehm... mag ik daar 'n nachtje over slapen?

dinsdag 20 april 2010

3D

Mijn handen jeuken om een nieuw speeltje te gaan uitproberen. Via een artikel in de Volkskrant van vorige week ontdekte ik Sketchup, gratis bij Google te downloaden software waarmee 3D-modellen van gebouwen kunnen worden gemaakt.



Het zal me wel wat tijd en zweetdruppels gaan kosten voordat ik er enige handigheid in krijg - als ik de software tenminste niet vóór die tijd al geïrriteerd van mijn computer gemikt heb - maar dan zou zich zomaar een weg naar mooie toepassingen kunnen openen. Wat let me dan bijvoorbeeld om op basis van kampplattegronden en oude foto's een 3D-model te maken van een Japans kamp in Indië?

Maar goed, eerst even bijkomen van een dagje 'websitebouwer opvoeden' in Groningen. Terwijl mijn computer de afleveringen van 24 en House binnenhengelt die gisteravond in Amerika op televisie zijn uitgezonden, duik ik in bad met de nieuwste psychologische thriller van Sophie Hannah. Blub!

Gevolg

Blogger had de keuze al voor me gemaakt: toen ik er een weblog opende, werd ik ook meteen leverancier van rss feeds. Bij Blogger zijn twee dingen namelijk standaard. Onderaan de openingspagina van een Blogger-weblog kunnen bezoekers zich abonneren op de rss feed van dat weblog; die rss feed kunnen ze vervolgens in een reader naar keuze laten binnenkomen. Bovendien zet Blogger het Volgers-gadget in de zijbalk van 'n blog; wie zich aanmeldt als volger krijgt op z'n eigen Blogger-dashboard te zien of er nieuwe berichten zijn op de weblogs die hij volgt.

Dat vind ik 'n beetje dubbelop. Als ik de rss feed van een weblog op mijn iGoogle- of Netvibes-pagina plak, hoef ik die feed niet ook nog eens op mijn Blogger-dashboard tegen te komen. Omdat ik bij iGoogle of Netvibes ook feeds kan bijhouden van weblogs en websites zonder Volgers-gadget is dat voor mij de plek om feeds te laten binnenkomen, niet 'n Blogger-dashboard dat zich tot Blogger-weblogs beperkt. Ergo: ik volg wel met behulp van rss, niet via Google Friend Connect.

Mijn eigen gevolg zou op dit moment bestaan uit collega's, die inmiddels - als het goed is - ook al met rss feeds aan het experimenteren zijn. Misschien komen ook zij tot de conclusie dat een iGoogle- of Netvibespagina handiger is dan het Blogger-dashboard. Dan wordt het enige nut van het Volgers-gadget op mijn weblog dat ik kan roepen: "Kijk eens hoeveel volgers ik heb!" Tsja. Laten we het erop houden dat ik de ruimte op mijn weblog voor andere dingen wil gebruiken dan voor egotrips ;-)

'k Heb het Volgers-gadget ingeruild voor iets dat in mijn ogen nuttiger is: het gadget 'Aanmelden bij' (omgedoopt tot 'RSS'), twee knoppen aan de zijkant van mijn blog. Met de bovenste kunnen bezoekers zich abonneren op mijn berichten, met de onderste op alle reacties die op mijn weblog verschijnen. Die laatste knop vind ik, merk ik, handig op de weblogs van anderen. Soms heb ik zelf niet direct de behoefte om te reageren op een weblogbericht, maar zou ik wel graag willen weten wat de reacties van anderen zijn. Met zo'n reacties-abonnement hoef ik niet meer alle weblogs langs om bij elk bericht het linkje 'reacties' open te klikken om te kijken of er soms iets nieuws bij staat, maar belanden alle reacties keurig op mijn Netvibes-pagina. Da's een service die ik bezoekers van mijn weblog ook graag wil bieden.

Over service gesproken: wat is nu eigenlijk service, als het om het aanbieden van een rss feed gaat? Blogger geeft je daarvoor drie keuzes (Instellingen >> Site-feed >> Blogfeeds toestaan): geen, kort en volledig. Over 'geen' ga ik het niet hebben, 't is de keuze tussen 'kort' en 'volledig' die me bezighoudt. Zijn rss feeds een lokkertje voor de 'echte' site? Of zijn ze een informatiemiddel op zichzelf?

Als ik voor 'kort' kies, belanden alleen de eerste 255 tekens van mijn nieuwe blogbericht bij mijn rss-abonnees. Voor het volledige bericht moeten ze naar mijn weblog doorklikken. Die eerste regels moeten dan dus wel de kern van mijn betoog bevatten, of zo prikkelend zijn dat ze uitnodigen tot doorklikken. Heb ik zin om daar tijdens het schrijven rekening mee te houden? Niet echt. Vind ik dat mensen voor het lezen van mijn berichten per sé mijn weblog moeten bezoeken? Ook niet. 'k Merk bovendien dat ik het zelf prettig vind als ik een full feed binnenkrijg, het hele bericht via Netvibes kan lezen, en niet van een partial feed hoef door te klikken naar een website voor de rest van een bericht. Ok, ik ben eruit, mijn site-feed gaat op 'volledig'.

Oh. Da's ook de standaardinstelling van Blogger... nou ja, ik kan die instelling nu in elk geval beargumenteren ;-)

vrijdag 16 april 2010

Ding 4: RSS

Eigenlijk wilde ik (weer) gaan zeuren over de adviezen op 23 Dingen. Bij #2 werd ons geadviseerd een Google-account aan te maken om een blog bij Blogger te kunnen beginnen. Wie een Google-account heeft, heeft automatisch ook al een iGoogle-pagina. Waarom dan bij #4 opeens het advies om voor het bijhouden van RSS-feeds Netvibes te gaan gebruiken? Wéér een account aanmaken, wéér inloggegevens onthouden... waarom niet gewoon dat gebruiken wat toegankelijk is met inloggegevens die je al hebt?

Nou... omdat Netvibes handiger is. Bij de 12-Dingen-introductiebijeenkomst verscheen Netvibes op het grote scherm, en zag ik dingen die ik op mijn iGoogle-pagina niet zag. Of wel zag, maar in 'n onhandiger vorm. De tabbladen in Netvibes zagen er 'n stuk praktischer uit dan het onoverzichtelijke en maar half leesbare navigatiemenu aan de linkerkant van mijn iGoogle-pagina. Zou Netvibes verder ook zo praktisch zijn?

Metamorphose IINa 'n avond met-mijn-laptop-op-de-bank ben ik de gelukkige bezitter van een eigen Netvibes-pagina. Bovenaan staat de Metamorphose II van M.C. Escher, die steeds 'n stukje opschuift. De pagina-achtergrond is mosgroen. Rustig, maar niet saai :-)

Omdat ik gewend ben de krantenkoppen te scannen via Kranten.com heb ik geen tabblad Nieuws aangemaakt. Wel heb ik een 12-Dingen-tabblad ingericht met de rss-feeds op de weblogs van collega's, zodat ik in één oogopslag kan zien waar iets nieuws te lezen valt. Ik moet wel voor lief nemen dat ik dat niet metéén weet. Als iGoogle me allang heeft verteld dat 'n collega een nieuw bericht aan haar blog heeft toegevoegd, weet Netvibes nog van niets. Minpunt.

Op een tabblad Wonen heb ik de rss-feed op de pagina 'Werk in uitvoering' van de website van mijn gemeente ondergebracht. 'k Ken mijn durp als mijn broekzak, maar word toch liever niet onverwacht voor wegopbrekingen geplaatst, vandaar. Op hetzelfde tabblad staat de rss-feed op de website van de Vereniging van Eigenaren van het appartementencomplex waarin ik woon. Niet dat die feed me veel nieuws zal brengen, want als webmaster vul ik die site en dus ook de feed zelf, maar ik kan zo handig controleren of mijn schrijfsels in rss-vorm ongeschonden overkomen.

Een tabblad Ikke - naarmate de avond vorderde, nam mijn inspiratie wat af - herbergt persoonlijke feeds: een rss-feed op de reacties op dit weblog, een rss-feed met updates in mijn netwerk op LinkedIn, en een mail-widget die me vertelt of er nieuwe privémail is.

Een handigheidje van Netvibes dat iGoogle niet kent: je kunt de kop van elk item aanpassen. Abonneer je je op de feed van Jantje die zijn weblog de titel Anoniempje heeft meegegeven, dan kun je de kop van die rss-feed in Netvibes aanpassen tot iets in de trant van 'weblog van Jantje'. Of je moet graag zelf willen onthouden wie Anoniempje ook alweer was (en hopen dat niet twee mensen in je omgeving op hetzelfde lumineuze idee voor een blogtitel komen). iGoogle vindt dat je het zelf maar moet onthouden, Netvibes denkt wat meer met je mee.

Tot slot slik ik nog een zeurpuntje in. Ik miste aandacht voor het feit dat je eigenlijk helemaal geen online pagina hoeft aan te maken voor het binnenhalen van RSS-feeds, omdat je ze ook gewoon in Outlook kunt laten binnenkomen. Maar dat is wel computer- en dus plaatsgebonden. Een online pagina kun je vanaf om het even welke computer-met-internetverbinding bereiken, en da's toch 'n stuk handiger.

woensdag 14 april 2010

Open Access

Omdat mijn vorige werkgever geen rss-feed op zijn website aanbiedt, heb ik een Google Alert ingesteld. De rss-feed van die alert heb ik op mijn Netvibes-pagina gezet, zodat ik (hoop ik) toch een beetje op de hoogte blijf van nieuws over mijn ex-baas.

Als ik de nieuwe berichten langsloop, zie ik dat er een bericht bij staat dat afkomstig is van het intranet van de KNAW. Ik klik op de link naar het bericht en... kom zonder enig probleem direct op de bewuste intranetpagina. Huh? Je moet toch inloggen om bij het intranet te kunnen? Ben ik per ongeluk nog ingelogd na een vorig bezoek van het intranet dan? Nee. Als ik de link naar het bericht verkort tot het adres van de openingspagina van het intranet krijg ik het inlogscherm voor mijn neus. Hmz. Interessant. Door de voordeur mag ik dus alleen naar binnen als ik netjes inlog. Maar als ik mijn rss-laddertje tegen de virtuele gevel zet, blijken de ramen wijd open te staan.

Het bericht dat ik wilde lezen, heeft betrekking op Open Access. Maar daar bedoelen ze bij de KNAW vast dit gaatje in de intranet-beveiliging niet mee...

In de wolken

De inhoud van dit weblog (klik op de afbeelding voor een vergroting), maar dan volgens Wordle.

Pas op... het geklooi met lettertypes, kleuren en lay-outs werkt verslavend... ;-)

dinsdag 13 april 2010

Zegeltjes

Koffiedrinkers sparen 10 of zelfs 20 punten per pak, theedrinkers welgeteld 4. In stil verzet tegen deze discriminatie... nou nee, wel eerlijk blijven... Omdat 't gewoon niet opschoot, heb ik mijn Douwe Egberts-punten aan mijn moeder gedoneerd. Ik doe niet meer aan zegeltjes sparen.

Hoewel...

Euroclixlogo'n Avondje winkelen begin ik op de website van Euroclix, een online spaarprogramma dat inmiddels al zo'n tien jaar bestaat. Je maakt bij hen een account aan, zij sturen je reclame-mail, jij klikt op een link in de mail om te laten weten dat je de mail gelezen hebt, je negeert verder - dat doe ik doorgaans althans - wat ze je willen aansmeren, en langzaam maar zeker groeit je saldo 'clix'. Dat saldo kun je in euro's laten uitbetalen: 1.000 clix leveren 10 euro op je bankrekening op, 2.000 clix zijn 25 euro waard, hogere aantallen leveren hogere bedragen op.

Op de Euroclix-website zoek ik de pagina op van de online boekwinkel waar ik wil gaan kopen, doorgaans Bol.com. Omdat Bol.com een partner van Euroclix is, kun je met bestellingen bij Bol.com ook clix verdienen: 13 clix per 5 euro die je besteedt. Vanwege de wet op de vaste boekenprijs geldt dat niet voor Nederlandstalige boeken, maar ik ben toch te ongeduldig om op de Nederlandse vertaling van de nieuwste van Kathy Reichs of Patricia Cornwell te wachten ;-)

Van Euroclix klik ik door naar Bol, waar ik mijn bestelling bij elkaar zoek en in mijn winkelwagentje drop. Betalen doe ik - deels - met cadeaubonnen van Bol.com. Die verdien ik weer bij TNS NIPO, met het online invullen van onderzoeken. Zodra Bol aan Euroclix heeft laten weten hoeveel ik besteed heb, groeit mijn saldo bij Euroclix weer verder.

Nee, ik doe niet meer aan zegeltjes sparen. Ik spaar punten. Da's iets heel anders. Toch?

maandag 12 april 2010

Iets doen terwijl je niets doet

Wachten met naar bed gaan tot een download binnen of een software update klaar is, vind ik niks. ’s Morgens wil ik, voordat ik naar mijn werk vertrek, mijn mail kunnen lezen zonder te hoeven wachten op het opstarten van mijn computer. ’s Avonds heb ik soms snel even informatie nodig die ik niet heb uitgeprint. Ergo: mijn computer thuis staat eigenlijk altijd aan, terwijl ik er allesbehalve altijd achter zit. In de tijd die ik niet achter mijn computer doorbreng, maakt mijn computer zich echter nuttig voor anderen. Sinds begin vorig jaar is mijn computer onderdeel van het World Community Grid.

Aan universiteiten en onderzoeksinstituten wereldwijd vindt veel onderzoek plaats waarvoor ingewikkelde berekeningen nodig zijn of enorme hoeveelheden gegevens geanalyseerd moeten worden. Zou dat op één computer gedaan moeten worden, dan zou dat al snel jaren vergen, zelfs als de grootste en krachtigste supercomputer ter wereld werd ingezet. De oplossing ligt in grid computing: het inschakelen van een heleboel gewone computers tegelijk.

Op mijn computer heb ik BOINC geïnstalleerd, software waarmee ik mijn computer lid kan maken van een netwerk van computers. Vervolgens heb ik een netwerk uitgezocht. Er zijn er veel op het gebied van wis-, natuur- en scheikunde, maar die vakgebieden roepen bij mij onaangename herinneringen aan mijn middelbare schooltijd op. Ook tot de Search for Extra-Terrestrial Intelligence (SETI) voel ik me niet direct aangetrokken. Ik heb me aangesloten bij het World Community Grid van IBM, waar vooral projecten lopen die zich richten op het (beter) bestrijden van ziekten als dengue, spierdystrofie en (kinder)kanker.

Het rekenwerk dat voor die projecten nodig is, wordt in kleine stukjes gesplitst die tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden. Een centrale computer – in mijn geval een server bij IBM – verdeelt deze rekenopdrachten over een heleboel particuliere computers, waaronder de mijne. Als BOINC een rekenopdracht ontvangt, zorgt het ervoor dat mijn computer ermee aan de slag gaat. De uitkomsten stuurt BOINC terug naar de server bij IBM, om vervolgens weer nieuwe opdrachten te ontvangen.

Door het rekenwerk zo te verdelen, wordt de onderzoekstijd van jaren naar maanden teruggebracht. Bovendien kan, omdat iedereen zijn computer gratis ter beschikking stelt, onderzoek gedaan worden dat anders veel te duur zou zijn. Het hele proces verloopt automatisch en op de achtergrond. Mijn computer gebruikt voor het rekenwerk het vermogen van mijn computermotor (CPU) dat ik niet nodig heb en rekent op momenten dat ik niet achter mijn computer zit. Ik doe iets terwijl ik niets doe. Ook iets voor jou?

zondag 11 april 2010

Gedachtenvoer

Tijdens het schrijven van mijn bericht van eergisteravond zocht ik via Google naar zinnig internetleesvoer om naar te kunnen doorverwijzen. De zoekterm 'netiquette' leverde echter vooral resultaten op die betrekking hadden op de do's en don'ts van e-mail en nieuwsgroepen, zoals het boek Netiquette van Virginia Shea. 'k Vond eigenlijk niets dat specifiek over weblogs ging.

Een nieuwe zoekopdracht, nu op de combinatie 'weblog' en 'ethics', leverde meer op. Zo vond ik een uittreksel van The Weblog Handbook: Practical Advice on Creating and Maintaining Your Blog (2002) van Rebecca Blood, in haar eigen woorden een respected thought-leader on the Internet's impact on business, media and society. Nu heb ik niet direct behoefte aan een gedachtenleider, maar haar stuk bevat zeker food for thought.

vrijdag 9 april 2010

Netiquette

Onze weekcoach probeerde vanmiddag tijdens de eerste inloopbijeenkomst van onze 12 Dingen cursus bij een aantal aarzelende cursisten de angst voor het bloggen weg te nemen. "Je kunt een blogposting altijd verwijderen of aanpassen," benadrukte ze een paar keer.

Yup, technisch kan het natuurlijk. Je kunt een typefout corrigeren, een link naar een website toevoegen, zinnen verbouwen, een plaatje veranderen, alinea's toevoegen en verwijderen, of zelfs het hele bericht van je weblog laten verdwijnen. Maar volgens mij zit er, als je netjes met je lezers wilt omgaan, wel een grens aan de ingrepen die je op je eigen berichten kunt of mag plegen.

Stel je voor. Je publiceert een bericht op je weblog. Er komen een stuk of tien reacties op, waardoor jij ervan overtuigd raakt dat je het op bepaalde punten in je bericht bij het verkeerde eind had. Dan kun je natuurlijk je bericht stilzwijgend aanpassen. Je haalt de alinea's eruit die je bij nader inzien niet vindt kloppen, je bouwt wat zinnen om, et voilá: je bericht komt overeen met je nieuwe inzichten. Als je dan ook nog even elk spoor van je verouderde inzichten uitwist door de reacties op je oorspronkelijke bericht te verwijderen, sta je er weer netjes op.

Netjes? Iemand die de moeite genomen heeft om een doorwrochte reactie op je bericht te schrijven, vindt het waarschijnlijk bar onbeleefd dat zijn reactie opeens verdwenen is. Iemand die op zijn eigen weblog een linkje naar jouw bericht heeft neergezet en heeft uitgelegd waarom hij het niet met je eens is, linkt nu - zonder het te weten - naar een bericht waarin iets heel anders staat; de aanleiding of context van zijn bericht is verdwenen. Dussehm... neuj, niet netjes.

Het alternatief? Geef aan wat je gewijzigd hebt. Dat kun je doen door zelf op je eigen bericht te reageren en in je reactie te melden dat (en hoe) je van mening veranderd bent. Je kunt er ook een geheel nieuw bericht aan wijden, en eventueel in je oorspronkelijke bericht een linkje naar het nieuwe bericht toevoegen. Een derde mogelijkheid is het toevoegen van tekst aan je originele bericht. De oorspronkelijke tekst laat je staan, maar je voegt er tekst aan toe en geeft aan dat die tekst een latere toevoeging is. Een manier die daarvoor op forums veel wordt gebruikt, is een door html geïnspireerde aanduiding:

< edit > Hier dacht ik later anders over, namelijk ... < /edit >

Bijkomend voordeel: als je je lezers op deze manier in de gelegenheid stelt om jouw denkproces te volgen, wordt je weblog er volgens mij alleen maar interessanter op ;-)

donderdag 8 april 2010

Advertentie

Bij gebrek aan bezoekersstatistieken in Blogger moet ik iets anders verzinnen om uit te vissen of collega's de weg naar mijn weblog al 'n beetje weten te vinden...

* begin advertentie *

Zolang de voorraad van 30 exemplaren strekt gratis en voor niets bij mij af te halen: het boekje Geen Requiem van Marion Bloem.

* einde advertentie *

Marion Bloem schreef Geen Requiem om de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië te herdenken. Ze las het gedicht voor bij de nationale herdenking bij het Indisch Monument in Den Haag op 15 augustus vorig jaar. Het gedicht is in boekvorm verschenen op initiatief van het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek en de Stichting Herdenking 15 augustus 1945.

Het gedicht is ook als pdf-bestand te downloaden op de website van het Indisch Herinneringscentrum. Maar zó Web2.0-minded zijn we toch nog niet dat we de voorkeur geven aan een pdfje boven 'n stapeltje papier-met-kaft, toch? ;-)

Nu 'ns zien hoe laat de eerste collega morgen bij mijn bureau staat...

Ding 3: delen en reageren

Eigenlijk had ik 'n stukje zullen schrijven over de relatie tussen Twitter en de gedachten die mij tijdens een avondspitselijke autorit van Arnhem naar huis door mijn hoofd schoten. Iets in de trant van "maar goed dat ik niet op Twitter zit, want soms zijn mijn gedachten volstrekt niet voor publicatie vatbaar" ;-)

Maar toen ontdekte ik op het blog van één van de coaches een heel rijtje nieuwe favourite blogs. Dat reageren op de blogs van anderen pas volgende week op het programma staat, zal me worst wezen... ik ben even 'n rondje lezen en aanmoedigen!

maandag 5 april 2010

He's alive

zondag 4 april 2010

I know...



Sylvia McNair, begeleid door The Academy of St. Martin in the Fields onder leiding van Sir Neville Marriner.

zaterdag 3 april 2010

And now for something completely different...

Ik ben een spatiespeurder! Doe ook de Spatietoets en kijk wat voor spatietype jij bent :-)

Kruisjes

Vandaag brengt weer wat antwoorden op vragen waar ik gisteravond mee bezig was. De opruiming in mijn Picasa webalbum blijkt gevolgen te hebben gehad. Het oud papier - een zelfgemaakte foto van het controleursarchief van Saparua uit 1998 - staat nog steeds bovenaan mijn weblog en mijn hoofd staat nog steeds in mijn profiel. Maar bij mijn reacties is mijn hoofd vervangen door rode kruisjes, zowel op mijn eigen weblog als op dat van anderen. Ook op de weblogs waar ik mezelf als 'volger' had aangemeld, duiken rode kruisjes op. Blijkbaar stonden daar de fotootjes die ik gisteravond heb verwijderd.

De conclusie ligt voor de hand: blijkbaar plaatst Blogger, elke keer dat je op een Blogger weblog - dat van jezelf of van 'n ander - reageert, je profielfoto als nieuwe afbeelding in je eigen Picasa webalbum en gebeurt hetzelfde als je besluit een blog te gaan volgen. Op zich is dat niet zo heel erg. De bestandjes zijn klein, mijn hoofd beslaat welgeteld 5 kB. Zelfs met mijn wiskundedeuk is me wel duidelijk dat ik héél erg veel moet gaan reageren en héél erg veel blogs moet gaan volgen voordat mijn hoofd zich dusdanig vermenigvuldigd heeft dat ik de limiet van mijn webalbum (1Gb) bereik. Maar toch...

Ik besluit eerst mijn eigen weblog weer 'n beetje toonbaar te maken. Na wat gesleutel - Instellingen >> Reacties >> Profielafbeeldingen weergeven? Nee - ben ik eenvoudig van de rode kruisjes op mijn eigen weblog af. Ik zie ook de profielfoto's van andere reageerders niet meer, maar daar kan ik mee leven. Het om zeep helpen van de rode kruisjes op weblogs van anderen blijkt ingewikkelder. Ik kan alleen de inhoud van mijn reacties verwijderen, mijn naam én het rode kruisje blijven staan. Als ik een nieuwe reactie plaats, verschijnt die met rood kruisje, niet met mijn profielfoto. Voor het volgen van weblogs blijkt hetzelfde te gelden. Hmz. Blogger plaatst dus blijkbaar toch niet elke keer een nieuwe foto, maar doet dat aan het begin een paar keer, en hergebruikt die foto's dan? En nu ik die foto's verwijderd heb, zit ik aan de rode kruisjes vast? Ships.

Terwijl ik aan het proberen ben of het opnieuw uploaden van mijn foto naar mijn Blogger-profiel enig effect heeft op mijn verschijning op andere blogs, verdwijnt opeens het oud papier uit de header van mijn eigen blog. Oeps. Ook daar toch het verkeerde plaatje verwijderd, blijkbaar. Ik upload het Saparua-archief opnieuw. Dat is 'n euvel dat ik tenminste zelf kan verhelpen.

Als ik in mijn webalbum kijk, blijkt het aantal hoofden in de map Bloggerfoto's aangegroeid tot zes. Hm. Mijn geklooi met het opnieuw uploaden van mijn profielfoto, het opnieuw aanmelden als volger en het opnieuw plaatsen van een reactie heeft blijkbaar dus wel effect, al zie ik het niet. Niet direct althans. You know what? Ik zie morgen wel weer verder. Maar dat ik wijzigingen direct kan zien in plaats van er 24 uur op te moeten wachten, is wel weer 'n puntje in het voordeel van Wordpress.

Waarom Wordpress wint...

Op één punt vind ik Blogger veruit de mindere van Wordpress: in hoe het omgaat met afbeeldingen. 'n Verslag van 'n avond klooien...

Wanneer je een bericht wilt voorzien van een afbeelding, die afbeelding ergens op internet staat en je eenvoudigweg een link naar die afbeelding in je bericht zet, is er bij Blogger nog niet direct iets aan de hand. Je klikt op het afbeeldingsicoontje boven je bericht, voert de url van de afbeelding in, geeft aan waar de afbeelding in je bericht moet komen en hoe groot, en drukt op ‘afbeelding uploaden’.

Maar als de maker van de website waarop het plaatje staat waarnaar jij linkt, besluit zijn website te veranderen en het plaatje verplaatst of verwijdert, ben jij je plaatje kwijt. Op je weblog verschijnt dan in plaats van het plaatje een lelijk rood kruisje. Ik vind het vervelend zo afhankelijk te zijn van wat anderen op internet doen, en upload mijn plaatjes daarom liever.

Het uploaden van een plaatje dat in mijn eigen computer staat, gaat bij Blogger zonder problemen. Ook dan is er dus nog niets aan de hand. Behalve dan dat me volmaakt onduidelijk is waar die afbeelding blijft, hoe ik de afbeelding kan aanpassen als-ie per ongeluk toch wat te groot op mijn weblog blijkt te belanden, en hoe ik een afbeelding kan verwijderen.

Ik besluit met de laatste vraag te beginnen. Als ik op de Helppagina van Blogger opzoek hoe ik een eenmaal geüploade afbeelding kan verwijderen, krijg ik het advies om het hele bericht, inclusief afbeelding, te verwijderen. Huh? Ik wil alleen de afbeelding kwijt, niet het bericht! Nu kan ik natuurlijk de code die ervoor zorgt dat het plaatje in mijn bericht verschijnt, uit mijn bericht halen. Dan heb ik bereikt wat ik wilde: de afbeelding staat niet meer in mijn bericht. Maar dan blijft mijn plaatje blijkbaar nog wel ergens staan, want ik heb het per slot van rekening net naar 'ergens' geüpload. Waar is 'ergens'? En hoe kom ik daar?

Omdat ik niet helemaal snap waarom op de helppagina van daarnet wordt gezegd dat ik 300MB aan ruimte voor afbeeldingen heb, terwijl onderin het schermpje waarmee ik de afbeelding uploadde staat dat ik 1024MB mag uploaden, besluit ik maar 'ns op het vraagteken onderin het uploadschermpje te klikken. De bijbehorende help-pagina blijkt niet in het Nederlands beschikbaar, maar de Engelstalige pagina die verschijnt, beantwoordt mijn vraag naar de verblijfplaats van mijn afbeelding. "Images and photos that are uploaded through Blogger get stored in your Picasa Web Albums, which are part of your Google Account." Aha. 'Ergens' is een Picasa Web Album. En daarin blijk ik 1024 MB ofwel 1GB aan afbeeldingen neer te mogen zetten, en niet 300MB of "zoveel afbeeldingen als u wilt", zoals de Nederlandstalige help-pagina's van Blogger melden.

PicasaOkido, op naar Picasa. Vanuit de helppagina klik ik door naar Picasa, waar ik inlog met mijn Google-account. Mijn webalbum blijkt twee mappen te bevatten. In de ene map staat het plaatje dat bovenaan mijn weblog staat, twee keer. In de andere map vind ik vijf keer mijn eigen hoofd. Welke plaatjes daadwerkelijk in mijn blog staan en waarom een plaatje dat ik maar één keer geüpload heb twee of zelfs vijf keer in mijn webalbum staat? Géén idee. Ik besluit de overbodige plaatjes te verwijderen en krijg de mededeling dat het 24 uur kan duren voordat de verwijdering is doorgevoerd. Het kan dus zijn dat ik net het verkeerde plaatje verwijderd heb, en morgen mijn blog oud-papier- en hoofdloos is... We’ll see.

Ik laat Picasa voor wat het is, en stoei in Blogger verder met het plaatsen van plaatjes bij een blogbericht. Hoewel ik mijn cursor heb neergezet op de plek waar het plaatje komen moet, zet Blogger de code die ervoor zorgen moet dat het plaatje bij mijn bericht verschijnt bovenaan mijn tekst. Als ik het plaatje op de plek wil hebben die ik in gedachten had, ergens halverwege, moet ik de code zelf verplaatsen. Niet handig.

Als ik de code eens goed bekijk, vallen me een paar dingen op. De html-code begint en eindigt met een a. Dat betekent dat mijn plaatje aanklikbaar gaat zijn. Als ik het uitprobeer, blijkt een klik op het plaatje ervoor te zorgen dat mijn weblog verdwijnt en een webpagina verschijnt met daarop alleen het plaatje. Nuttig? Neuj. Ik sloop de klik-code eruit. Mocht ik mijn lezers via het plaatje naar een interessante webpagina willen sturen, dan kan ik er altijd nog voor zorgen dat het plaatje weer aanklikbaar wordt, dan wél naar iets nuttigs doorstuurt en dat nuttigs bovendien opent in een nieuw scherm, zodat mijn lezers niet opeens mijn weblog kwijt zijn.

Er is nog meer sloopwerk te doen. In de code die ik nog over heb, staat dat de cursor moet veranderen als ’n bezoeker met de muis over het plaatje gaat. Omdat ik er inmiddels voor gezorgd heb dat het plaatje niet meer aanklikbaar is, heeft het weinig zin de cursor van pijltje in handje of andersom te laten veranderen. Ook dat stukje code sneuvelt.

Ik compenseer mijn sloopwerk door ook iets toe te voegen, namelijk een naam voor het plaatje. De tekst die ik neerzet tussen de aanhalingstekens achter ‘alt=’ zal verschijnen als bezoekers van mijn blog met hun muis over het plaatje gaan. Tot slot controleer ik nog even of de afmetingen van het plaatje me bevallen. Bloggers definitie van ‘klein’ blijkt niet helemaal de mijne. In de code pas ik daarom de breedte en hoogte van de afbeelding nog maar een beetje aan.

‘t Is allemaal niet direct ‘html voor gevorderden’, maar voor wie helemaal geen ervaring met html heeft, is al dit gesleutel toch behoorlijk lastig. Handig is anders. Heel anders. Handig heet Media Library, en zit in Wordpress.

WordpressOp het dashboard van Wordpress zit onder de tab Media een Library. In deze media-bibliotheek worden alle afbeeldingen opgeslagen die je uploadt. Je kunt rechtstreeks naar de Library uploaden, maar je kunt een plaatje ook pas uploaden wanneer je het tijdens het schrijven van een bericht daadwerkelijk wilt gaan plaatsen.

Als je een afbeelding uploadt, krijg je van Wordpress automatisch de mogelijkheid om aan de afbeelding een url toe te voegen. Laat je het url-veld leeg, dan wordt je afbeelding gewoon een afbeelding. Zet je er wel een webadres neer, dan kunnen bezoekers op de afbeelding klikken om bij die website te komen. Ook kun je de afbeelding een naam geven, zonder dat je er html voor hoeft te kennen of kunnen. Wil je een afbeelding in een later bericht opnieuw gebruiken, dan kun je bij het schrijven van dat bericht eenvoudig de al geüploade afbeelding uit de Media Library selecteren.

Terwijl de webalbums van Picasa uitsluitend voor afbeeldingen bedoeld zijn, is in de Media Library van Wordpress ook alle ruimte voor andere bestanden. Je kunt bijvoorbeeld pdf-bestanden uploaden. Als je in een bericht een link naar dat pdf-bestand neerzet, kunnen bezoekers het bestand openen en/of op hun eigen computer opslaan door op de link in jouw bericht te klikken.

In de Media Library zie je in één oogopslag in welk bericht in je weblog een afbeelding of bestand staat. Je kunt er de bestanden filteren, bewerken en verwijderen. Bovenaan de bestandenlijst zie je hoeveel van de 3 Gigabyte aan opslagruimte – 2 Gb méér dan je basisruimte bij Picasa - je al gebruikt hebt en hoeveel er nog beschikbaar is.

Kortom: bij Wordpress hoef je voor het beheer van je afbeeldingen en bestanden je weblog niet uit. Je hoeft bovendien geen enkele html-ervaring te hebben om afbeeldingen én andere bestanden in je berichten op te nemen op de manier die jij wilt. En daarmee wint Wordpress het voor mij van Blogger.

vrijdag 2 april 2010

Blogger vs Wordpress

Mijn weblog heeft de nodige omzwervingen achter de rug. ‘k Begon ooit op Web-log.nl, tot men daar besloot om alle gratis weblogs van een schreeuwerige reclamebalk te voorzien. Ik verhuisde mijn blog naar de webserver van een bevriende Java-programmeur, die experimenteerde met Pebble, open source weblogsoftware van een Amerikaanse collega. Toen het spaaklopen van de vriendschap een nieuwe verhuizing noodzaakte, deed de mooie vormgeving van het weblog van een collega uit een ver verleden me bij Wordpress belanden. Daar staat mijn weblog inmiddels al ruim een jaar schandelijk verwaarloosd te wezen.

WordpressOmdat ik aan Wordpress gewend ben, was het op Blogger aanvankelijk ’n beetje zoeken naar instellingen en mogelijkheden. Heel lang duurde die zoektocht niet: de mogelijkheden bij Blogger zijn hetzelfde als bij Wordpress, hoogstens staan ze op een andere plek op het dashboard. Voor zover ik heb kunnen ontdekken, heeft Wordpress drie dingen die Blogger niet heeft: een overzichtelijke openingspagina, statistieken en een mediabibliotheek. Op die laatste kom ik in een volgend bericht terug, voor nu eerst de andere twee.

Het dashboard opent bij Wordpress met een pagina waarop je in één oogopslag kunt zien hoeveel berichten, pagina's, categorieën en tags je weblog telt; wat er aan recente reacties is geplaatst; op welke andere blogs naar het jouwe gelinkt wordt; wat je de laatste tijd op je blog gedaan hebt (nieuwe berichten plaatsen, pagina's wijzigen etc.); welke concepten (drafts) je de laatste tijd hebt geschreven; en statistieken van het aantal malen dat pagina's op je blog bekeken zijn, met vermelding van de pagina die het meest bekeken werd.

Je kunt de pagina aanpassen naar je eigen smaak: items verwijderen, items op een andere plaats neerzetten, en aangeven in hoeveel kolommen je de pagina wilt indelen. Op de website van Wordpress vond ik er, temidden van veel meer instructiefilmpjes, een aardig filmpje over.



Bij Blogger kun je deze gegevens - met uitzondering van de statistieken - ook wel achterhalen, maar 't is prettig ze op één pagina bij elkaar te hebben. Aan statistieken doet Blogger niet. Dat betekent dat jij pas weet dat iemand een bericht gelezen heeft als hij of zij een reactie achterlaat. Wordpress laat je, behalve de reacties, ook zien hoeveel niet-reageerders zijn langsgekomen en op welke pagina.

BloggerMaar er is ook iets dat Blogger op Wordpress voor heeft, afgezien van de mogelijkheid je blog te gelde te maken: je kunt het stylesheet van je blog (onder de tab Indeling >> html bewerken) zelf aanpassen. Het aantal standaard-skins - Blogger noemt ze sjablonen - is bij Wordpress weliswaar veel groter dan bij Blogger, maar de mogelijkheden voor het aanpassen van de meeste skins zijn erg beperkt. Als je onbeperkt aan de html wilt kunnen sleutelen, zul je een betaald Wordpress-account moeten nemen. Bij Blogger mag je de vormgeving van je webstek gratis naar je hand zetten, en dat is voor ’n aan boeken kopen verslaafde pietlut als ik toch wel erg prettig ;-)

Ding 2: weblog inrichten

Het openen en inrichten van dit weblog verloopt zonder problemen, maar ik struikel over een paar dingen in de toelichting op 23 Archiefdingen.

Zowel in de begintekst als bij stap 1 wordt geadviseerd om een Gmail-account aan te maken. But why? Voor een weblog bij Blogger heb je een Google-account nodig, dat je ook op de homepagina van Blogger kunt aanmaken. Met zo’n Google-account heb je toegang tot allerlei diensten van Google. Pas als je ook daadwerkelijk behoefte hebt aan een extra mailadres is het handig om een Gmail-account aan te maken. Nodig is het echter allesbehalve, een Google-account kun je ook met een bestaand e-mailadres van een andere mailprovider aanmaken.

Ook de tekst bij stap 2 klopt niet helemaal. Blogger vraagt inderdaad om een e-mailadres, maar dat wordt niet je gebruikersnaam. Je e-mailadres en wachtwoord dienen alleen om in te loggen op het ‘dashboard’ van je weblog, zodat je berichten kunt plaatsen en instellingen kunt wijzigen. Je gebruikersnaam kies je zelf, bij het invullen van je profiel.

Bij stap 3 staat zinnig advies over privacy, maar in ’n vreemde context. Wat is het verband tussen ‘geef je weblog een naam’ en het al of niet geheim houden van je eigen naam? Die twee hebben niets met elkaar te maken, want je bent niet verplicht om je eigen naam in de naam van je weblog op te nemen.

Tot slot van mijn gemugge(n)zift: verderop in het 23 Archiefdingen blog worden nieuwe termen weergegeven als links naar onder meer Wikipedia-pagina’s waarop wordt uitgelegd wat een bepaalde term betekent. Dat had met de termen ‘gadget’ en ‘widget’ in de toelichting op Ding 2 ook wel gemogen.

Elke week een blogpost van minimaal 100 woorden? Hm, moet lukken zo... :-)

donderdag 1 april 2010

Ding 1: Web 2.0 ontdekken

Moeten meeveranderen. Moeten weten. Moeten ervaren. Moeten nadenken. Brrr. Vier keer ‘moeten’ in drie zinnen. De schrijver van de introductie van 23 Archiefdingen zal ’n goede gids in de wondere wereld van Web 2.0 zijn, van marketing heeft hij minder kaas gegeten.

Aan zo ongeveer alle computersnufjes en internetfoefjes die ik ken, ben ik begonnen omdat iemand uit mijn omgeving er enthousiast over was. Niet omdat een volslagen onbekende beweerde dat het moest. En ik hield ze vol omdat ze voor mij hun nut bewezen. Niet omdat ik anders het gevaar liep in d'een of andere prehistorie te blijven hangen. And even if... waarom zou een historicus bang zijn voor de prehistorie? ;-)

Over prehistorie gesproken: ooit zat ik op ICQ, later op MSN, was ik lid en beheerder van een aantal mailinglijsten, en waren de operatorcommando's op irc gesneden koek voor me. Maar toen ik het vrijbuiterleven als proefschriftschrijver verruilde voor een kantoorbaan als archiefbeheerder kwam de klad in mijn online activiteiten. Dat ik de nieuwste social media ga verkennen met een cursus die juist op archiefbeheerders is toegesneden, zullen we maar ’n speling van het lot noemen.

Maar wat me over de streep trekt, is het enthousiasme van onze coaches en het samen optrekken met collega's. Dat werkt bij mij ’n stuk beter dan dat een vreemde mij vertelt dat iets 'moet' omdat 'iedereen' het doet.