woensdag 19 december 2012

Dat u 't even weet...

Data life cycle, data management (plan), metadata, persistent identifiers, bestandsformaten, conversie, migratie, linked data, verrijkte publicaties, acquisitie: de vierde en laatste dag van de cursus Data Intelligence 4 Librarians zit erop. Nu schijn ik mezelf data librarian te mogen noemen... waarvan akte certificaat ;-)



dinsdag 6 november 2012

Bezigheden buitenshuis: workshop Google


In de presentatie die ik vorig jaar voor de UB-workshop Google Docs & SlideShare maakte, zitten twee slides waar de workshopdeelnemers altijd een beetje om moeten lachen. Op de eerste slide staan plaatjes van een Worddocument, een PowerPointpresentatie en een PDF-bestand, stralend blauw, oranje en rood. Op de volgende slide staan dezelfde plaatjes, maar nu grijs, gerafeld en met een wolkje erop dat stof moet voorstellen.

De begeleidende tekst laat zich raden: "Je kunt je presentaties op je eigen harde schijf laten verstoffen, maar dat is zonde van de tijd en de aandacht die je in het maken ervan gestoken hebt. Als je ze via SlideShare online zet, geef je ze een tweede leven: je laat ze zien aan mensen die niet bij je presentatie waren, en ze kunnen als inspiratie dienen voor anderen die met hetzelfde onderwerp bezig zijn."

Maar er kan nog iets gebeuren: iemand die voor een studiedag op zoek is naar trainers kan al Googelend op jouw SlideShare-pagina belanden, in je SlideShare-profiel ontdekken dat je een weblog hebt, en via het contactformulier op je weblog bij je informeren of je ook wel eens workshops buiten de UvA geeft. En dat kan ertoe leiden dat je twee maanden later aan ruim 20 mensen uit het beroepsonderwijs laat zien hoe zij met behulp van zo'n Google-formulier hun eigen enquête of contactpagina in elkaar kunnen zetten.

En natuurlijk staat die presentatie inmiddels ook weer op... juist ;-)

zaterdag 14 juli 2012

woensdag 13 juni 2012

Mobiel: app of site?

Is that the library in your pocket? (regular screen)Als het antwoord op de vraag Moeten we mobiel? bevestigend is, dient de volgende vraag zich aan: op welke manier? Waarmee? Er zijn vier mogelijkheden: een app, een web app, een mobiele website en responsive web design.

Op een aantal terreinen lijkt de app de mobiele website de baas:
  1. Een app is eenvoudiger toegankelijk dan een mobiele website: 'n klik op een pictogram is voldoende om de app te starten, terwijl voor een mobiele website een adres in een browser moet worden ingevoerd.
  2. Een app kan meer functies van een telefoon gebruiken dan een mobiele website: niet alleen GPS en accelerometer, maar bijvoorbeeld ook de camera (denk aan Instagram) of de contactenlijst (bijvoorbeeld Whatsapp).
  3. Een app kan offline werken, een mobiele website heeft een netwerkverbinding nodig.
  4. Een app is beter te personaliseren dan een mobiele website.
Er zijn ook punten waarop een mobiele website het van een app wint:
  1. (Het adres van) een mobiele website is makkelijker te vinden en eenvoudiger te delen dan een app.
  2. Een mobiele website is toegankelijk vanaf elk mobiel apparaat, ongeacht besturingssysteem, terwijl een app speciaal voor een besturingssysteem moet worden gemaakt.
  3. Een mobiele website is direct toegankelijk en voor gebruikers onderhoudsvrij, terwijl een app gedownload, geïnstalleerd en onderhouden moet worden.
  4. Voor (naar verwachting) eenmalige interactie met een organisatie en voor het zoeken naar informatie nemen gebruikers hun toevlucht tot het web, niet tot apps; een app moet de schijfruimte en de moeite van het installeren waard zijn, mensen installeren een app (pas) als ze verwachten er regelmatig gebruik van te gaan maken en dat gebruik hen iets oplevert.
Is de stand hiermee 4-4 gelijk? Niet helemaal. Het eerste 'winpunt' van apps vind ik bijvoorbeeld niet erg overtuigend. Mensen installeren soms zoveel apps dat ze niet meer weten of ze een bepaalde app al geïnstalleerd hebben, laat staan waar ze die gelaten hebben. Bovendien is het niet overdreven ingewikkeld om een snelkoppeling naar een mobiele website op een tabblad van een mobiele telefoon of tablet te zetten. Een tussenweg is de mobiele web app, simpel gezegd: een als app vermomde mobiele website. Een web app nestelt zich na download en installatie als pictogram op een tabblad van telefoon of tablet, maar haalt z'n inhoud bij het opstarten van de app vanaf een webserver binnen (bijvoorbeeld de apps van Nu.nl).

Ook op het eerste 'winpunt' van mobiele websites valt af te dingen. Zoekmachines zijn (nog) niet ingesteld op mobiele websites. De rangschikking van zoekresultaten vindt plaats op basis van het aantal links naar een site, en dat zal voor een mobiele website lager zijn dan voor een desktop website. Een zoekopdracht via een browser op een mobiele telefoon of tablet zal dus primair desktop websites als resultaat opleveren. Wie vervolgens zo'n desktop website aanklikt, zal niet altijd automatisch naar de mobiele evenknie worden doorgeleid, want aan het maken van automatische redirects van volledige naar mobiele websites kleven ook nogal wat haken en ogen.

De gebruik(er)svriendelijkheidtesters van de Nielsen Norman group (NN/g) adviseren een app als gebruikers één specifieke taak moeten kunnen uitvoeren (bijv. het bestellen van een pizza), zo'n taak herhaald en frequent wordt uitgevoerd (bijv. elke week bestellen bij dezelfde pizzeria), meer telefoonfuncties dan GPS nodig zijn (bijv. de camera om een barcode te scannen), offline gebruik nodig is en/of informatie wordt verschaft die niet vaak verandert en (dus) lokaal opgeslagen kan worden.

Verandert je informatie vaak, wordt de informatie via een webserver geleverd en/of moeten meerdere samenhangende taken ondersteund worden? Dan is volgens NN/g een mobiele website de aangewezen weg. Als je 'm tenminste, vanwege de moeilijkheden met zoekmachines en automatische doorverwijzingen, ook letterlijk aanwijst door op een opvallende plaats op je desktop website een link naar je mobiele site op te nemen.

Als de informatie die je wilt bieden en de taken die je klanten moeten kunnen uitvoeren op je desktop website weinig verschillen van je wensen voor een mobiel platform adviseert NN/g responsive web design, een manier van websitebouw waarbij de rangschikking van paginaelementen automatisch wordt afgestemd op de grootte van het scherm waarop de webpagina bekeken wordt.

Verwante posts:
(Mobile) user experience
Moeten we mobiel?

maandag 14 mei 2012

Moeten we mobiel?

Britain's first mobile libraryOp de eerste dag van de Amsterdamse editie van de Usability Week van de Nielsen Norman Group (NN/g), maandag 23 april, is Usability of Websites and Apps on Mobile Devices het thema. 's Ochtends draait het vooral om de vraag 'Moeten we mobiel, en zo ja, waarmee dan?'

Uit onderzoek van Pew Internet Research - die organisatie kwam al eens eerder voorbij op dit weblog - blijkt dat mensen mobiele apparaten grofweg op twee manieren gebruiken: browsing en searching. Onder browsing valt het 'ongerichte' en 'ongecompliceerde' gebruik van een smartphone of tablet, bijvoorbeeld het lezen van nieuws of het gebruik van sociale netwerken om de tijd te doden in 'n wachtkamer of op 'n perron. Searching is het voorzien in een specifieke informatiebehoefte die vaak wordt ingegeven door locatie of context: zijn er leuke boekwinkels in de buurt? Staat er nog genoeg geld op mijn rekening om dit boek te kopen? Leeft deze auteur nog?

Als mensen op een mobiele telefoon een bepaalde taak uitvoeren, bijvoorbeeld het plaatsen van een bestelling of het opzoeken van bepaalde informatie, slagen ze daarin beter als ze dat met een app of via een mobiele website doen dan wanneer ze een website gebruiken die bedoeld is voor een desktop computer. Voorwaarden daarvoor zijn wel dat de gezochte informatie niet uitsluitend op de niet-mobiele ('volledige') website beschikbaar is, dat de app of mobiele website goed is vormgegeven, en dat iemand niet de volledige website als zijn broekzak kent en daarom toch daaraan, ook op het kleine scherm van 'n telefoon, de voorkeur geeft.

Om te bepalen of het zinvol is om 'mobiel te gaan', zijn vier overwegingen van belang: budget, verkeer, gebruik en content. Als er geld is voor het (laten) maken en onderhouden van een app of mobiele website, 7 tot 10% van de bezoekers van een volledige website daar via een mobiel apparaat komt, die website gebruikt wordt om de tijd te doden of om kleine transacties te verrichten, en de inhoud van de website regelmatig verandert of informatie is die mensen nodig hebben als ze niet in de buurt van een desktop computer zijn, is een mobiel platform volgens NN/g een goed idee.

Maar welk platform? Een app of een mobiele site? Wordt vervolgd...

Verwante post:
(Mobile) user experience

maandag 7 mei 2012

(Mobile) user experience

"Good mobile user experience requires a different design than what's needed to satisfy desktop users. Two designs, two sites, and cross-linking to make it all work." Aldus usability-expert Jakob Nielsen over de verhouding tussen mobiele en 'volledige' websites, op 10 april van dit jaar in zijn tweewekelijkse column.

Een storm van kritiek — op Twitter komt de term Jakobrage voorbij — volgt. "Stripping out content from a mobile website is like a book author stripping out chapters from a paperback just because it's smaller. We use our phones for everything now; there's no such thing as 'this is mobile content, and this is not'", schrijft ontwerper en ontwikkelaar Josh Clark.

Web ontwikkelaar Bruce Lawson doet ook een duit in het zakje: "[I]s the mobile device so fundamentally different that you should make different websites for it, or is there only one Web that we access using a variety of different devices? (...) I disagree (mostly) with the idea that people need different content because they’re using different types of devices."

"The reason many 'full websites' are unusable on mobile phones is because many full websites are unusable on any device", legt Lawson de vinger op de zere plek. "[W]ebsite owners have long proved incontinent in keeping desktop websites focussed, simply because they have so much room. (...) If your normal site isn't minimal, functional, with everything designed to help the user complete a task, it's time to rethink your whole site. And once you've done that, serve it to everyone, whatever the device."

Het lezen van deze en andere stukken van mensen die het op punten hartgrondig en beargumenteerd met Nielsen oneens zijn, is mijn voorbereiding op twee dagen ondergedompeld worden in Nielsens usability-evangelie door een User Experience Specialist van de Nielsen Norman Group. Ik ga proberen te bloggen wat ik op 23 en 24 april heb opgestoken. Alleen nog een fatsoenlijke vertaling van mobile user experience zien te vinden — 'mobiele gebruikerservaring' klinkt toch een beetje alsof ik het ga hebben over de belevenissen van rondwandelende heroïnespuiters...

donderdag 3 mei 2012

Geslachtsziekte

Drie maanden geleden blogde ik voor het eerst over mijn stamboomwebsite. Inmiddels is de 500ste pagina uit mijn toetsenbord gerold en staat van zo'n 160 mensen met de achternaam Van Selm een levensloop online. Ik heb er nog geen archiefinstelling voor van binnen gezien, want aan een internetverbinding heb ik genoeg om geboorten, dienstplicht, huwelijken en overlijden in de 19de en eerste decennia van de 20ste eeuw in beeld te krijgen: via Genlias kan ik op naam te zoeken in grote delen van de Nederlandse Burgerlijke Stand, op FamilySearch zijn scans van de bijbehorende akten te vinden en op Militieregisters.nl komen langzaam maar zeker de gescande inschrijvingsregisters van de Nationale Militie online.

Maar ik zou geen echte historicus zijn als ik niet méér wilde. Daarom begint het zo langzamerhand tijd te worden om mijn onderzoek van internet naar archiefinstellingen te verplaatsen. Ik wil verder terug in de tijd, om aan de hand van kerkelijke doop-, trouw- en begraafregisters — dé bronnen over personen vóór de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 — te achterhalen of de verschillende 'plukken' Van Selmen in Nederland afstammen van een gezamenlijke voorvader. En komt die ene voorvader uit Duitsland? Of uit de Achterhoek?

Voor de 19de eeuw wil ik de Burgerlijke Stand en Militieregisters voorbij: er staat een flinke duik in de archieven van successiekantoren, het kadaster, notarissen en rechtbanken op het programma. Aan de hand van overlijdensdata kan ik nagaan of er een memorie van successie is opgemaakt, een overzicht van bezittingen en schulden van een overledene dat door een belastingambtenaar werd opgesteld om te bepalen hoeveel successierechten er betaald moesten worden. Om de rekensommen gaat 't me niet, wel om de namen van de erfgenamen en hun relatie tot de overledene, en om het eventueel vermelde onroerend goed.

Dat onroerend goed kan ik nazoeken in het kadaster. Sowieso heb ik voor onderzoek in het kadaster al een 'verlanglijstje': de adressen die ik tegenkwam in geboorte- en overlijdensakten. De resultaten van al dat zoekwerk gaan ongetwijfeld aanknopingspunten bieden voor leuke knutselwerkjes met Google Maps, maar zo ver ben ik nog lang niet: eerst maar eens de weg zien te vinden in aanwijzende tafels, leggers, registers, naamlijsten en kaarten. Huizen vol historie, een gids voor huizenonderzoek in de provincie Utrecht, ligt inmiddels op mijn virtuele nachtkastje.

Het erven, kopen en verkopen van (on)roerend goed laat nog een paper trail achter, in notariële archieven: testamenten, akten van boedelscheiding, akten van verkoop en hypotheekakten. Over overlijden gesproken: als iemand bij zijn of haar overlijden minderjarige kinderen naliet, moest een toeziend voogd worden aangesteld. Als ook de tweede ouder overleed, diende bovendien een voogd te worden benoemd. Deze benoemingen werden in de periode 1811-1838 gedaan door vrederechters, daarna door kantonrechters — enter de rechtbankarchieven en mijn lijstje van (half)wezen dat ik op basis van Burgerlijke Standgegevens al heb opgesteld.

De lastigste klus wordt waarschijnlijk het opsporen van notariële akten van plaatsvervanging. Als een jongeman werd ingeloot voor de Nationale Militie maar de dienstplicht wilde laten vervullen door een plaatsvervanger, moest daarvoor een contract in de vorm van een notariële akte worden opgesteld. Hoe ik deze akten op het spoor moet komen zonder te weten welke notaris de akte opstelde, is me nog niet helemaal duidelijk. Ik weet vaak niet méér dan de woonplaats van de loteling in kwestie en dat hoeft niet de standplaats van de betrokken notaris te zijn.

Eén ding is wel duidelijk: ik ga nog heel wat uren doorbrengen in het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen in Breukelen, het Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht in Wijk bij Duurstede en Het Utrechts Archief in Utrecht. En volgend jaar op familiebezoek in Zuid-Afrika?

zondag 29 april 2012

Webtoolworkshops

Het begint als een plannetje voor een aantal workshops van een uur, naar het voorbeeld van de Amerikaanse brown bag seminars: informele (trainings)bijeenkomsten tijdens de lunchpauze. Bij de Universiteitsbibliotheek in een uurtje basiskennis opdoen over RSS en Google Alerts, Delicious, Google Docs, SlideShare, LinkedIn of Twitter. Zes workshops rondom steeds dezelfde drie vragen: wat is het, waar dient het voor en hoe werkt het?

Via de wandelgangen hoort collega Esther ten Dolle van mijn plannetje. Ze nodigt me uit om de door haar gereserveerde computerzaal te gebruiken op dagen waarop zij geen cursus geeft. Omdat de zaal voor steeds twee uur beschikbaar is, pas ik mijn plannetje aan: het worden drie workshops van twee uur, één per week, drie weken achter elkaar, in oktober 2011. LinkedIn en Twitter belanden op de reservebank, eerst maar eens uitproberen of er belangstelling is voor de 'productiviteitstools': RSS & Google Alerts, Delicious, en Google Docs & Slideshare, bijeen gebracht onder de slogan Get organised!

Belangstelling blijkt er te zijn: bij bibliotheekcollega's, maar ook bij medewerkers van faculteiten en andere universiteitsdiensten. In hun evaluaties zijn de 'proefkonijnen' vrijwel unaniem enthousiast. Daarom starten we in februari van dit jaar een tweede serie: de workshops uit oktober gaan in de herhaling, LinkedIn en Twitter komen van de reservebank. Het 'docentencorps' groeit van één naar drie: Esther neemt de workshop RSS & Google Alerts van me over, Alice Doek de workshop Google Docs & Slideshare. Omdat nu niet meer uitsluitend productiviteitstools voorbij komen, wordt UBA Webtool Workshops de vlag om de lading te dekken.

Voor elke workshop maak ik een PowerPointpresentatie (*): voor mij een leidraad tijdens het geven van de workshop, voor de deelnemers — ik zet na een workshop de pdf online — een geheugensteuntje na afloop. Na een korte uitleg van het nut van een applicatie doen we een 'knoppenrondje': welke instelling zit waar, met welke knop kan ik wat? De deelnemers klikken mee en passen die kennis direct toe in de oefeningen, een stuk of vijf per workshop. Een workshop eindigt met een paar extra's: tips en links uit de categorie nice to know, als toetje op het need to know van de rest van de workshop. Voorkennis is niet vereist, hoogstens vraag ik de deelnemers om van tevoren een account aan te maken.

De workshops blijken over drie drempels heen te helpen: tijdgebrek, twijfel aan eigen computerkunnen, en aarzelingen over de openbaarheid van internet. Door hun aanmelding voor de workshop hebben de deelnemers twee uur in hun agenda doorgestreept waarin geen andere dingen hun aandacht opeisen. Ze hoeven bovendien niet op eigen houtje aan de slag. De workshop wordt gegeven door iemand die de applicatie zelf gebruikt, weet wie wanneer wat kan zien bij welke instellingen, advies kan geven dat in de gemiddelde handleiding niet voorkomt, bereid is mee te kijken als iets niet lukt, en ook na de workshop als vraagbaak beschikbaar blijft.

Of er na de zomer een nieuwe reeks komt, is inmiddels geen vraag meer. We hebben alleen nog 'n paar knopen over de inhoud door te hakken: houden we het bij de vijf workshops die we hebben of breiden we ons assortiment uit met — bijvoorbeeld — Prezi, Facebook of bloggen? En houden we het bij bijeenkomsten voor beginners of bedenken we ook workshops voor gevorderden? Hoe dan ook: ik heb er nu al zin in :-)

(*) Zie voor de PowerPointpresentaties mijn SlideSharepagina: RSS & Google Alerts / Delicious / Google Docs & SlideShare / Twitter / LinkedIn

maandag 20 februari 2012

Van prutsen naar prikken

Vorige week zocht ik de link naar een afbeelding die ik een week daarvóór ergens online gezien had. Het plaatje had ik opgeslagen, maar in mijn blogpost wilde ik ernaar linken. Het adres van de bijbehorende website had ik niet opgeslagen in Delicious, omdat ik nog niet wist dat ik die link nodig ging hebben. Komt die situatie je bekend voor? Dan heb ik goed nieuws: de dagen van zoeken naar waar die ene afbeelding ook alweer vandaan komt, zijn over.

In het vervolg prik je zo'n plaatje namelijk op je eigen virtuele prikbord: Pinterest. De werking is uiterst eenvoudig: je opent een gratis account bij Pinterest, plakt een Pin-it-knop op de werkbalk van je browser, en maakt één of meer virtuele prikborden aan. Als je vervolgens op een website komt waar een afbeelding staat die je wilt bewaren, prik je deze afbeelding met één druk op de knop op één van je prikborden, eventueel voorzien van je eigen commentaar. De link naar de vindplaats zet Pinterest er automatisch bij.

De vergelijking met Delicious ligt voor de hand: in Delicious sla je links op, in Pinterest (links naar) afbeeldingen. Zoals je binnen Delicious links van anderen op je eigen pagina kunt opslaan, kun je op Pinterest pins van anderen 'repinnen': afbeeldingen die 'n ander op zijn Pinterestprikbord heeft gezet aan je eigen prikbord toevoegen. Je kunt pins van anderen 'liken' - je bewaart ze dan in een aparte like-sectie van je Pinterestprofiel, niet op één van je eigen prikborden - en van een comment voorzien, à la Facebook. Je kunt eigen afbeeldingen uploaden naar Pinterest, à la Flickr. En je kunt (specifieke prikborden van) andere pinners volgen, à la Twitter.

Natuurlijk heb ik Pinterest direct ingezet voor mijn stamboomonderzoek: op 'n prikbord Genealogy prik ik mooie grafische weergaven van stambomen, op mijn prikbord Vinkeveen 'hangen' foto's van m'n geboortedorp. En in het kader van een geplande reorganisatie van mijn huisbibliotheek ben ik begonnen aan het verzamelen van plaatjes van originele boekenplanken. Mijn bibliotheek zelf zal ik niet op Pinterest zetten, want die staat al op LibraryThing - maar misschien kunnen we bij de UB iets met Pinterest? Ideeën en mogelijkheden genoeg...

Toevoeging 22-02-2012: lees ook mijn digitale gesprek met Raymond Snijders over de auteursrechtelijke keerzijde van Pinterest.

Pinterest is momenteel invite only - ik stuur je 'n uitnodiging als je me laat weten op welk e-mailadres je die ontvangen wilt.

zaterdag 11 februari 2012

Prutsen met Prezi

Het prijst zichzelf aan als "The Zooming Presentation Editor" waarmee je een presentatie kunt omtoveren in, jawel, een "cinematic journey": Prezi. Wat ik er zijdelings van meekreeg, gaf me vooral de indruk dat je er even misselijk van kunt worden als van een ritje in een achtbaan - en een fan van achtbanen ben ik niet bepaald. Bovendien had ik geen concrete aanleiding om Prezi nu eens echt te gaan uitproberen. Tot ik aan mijn stamboomsite begon.

Vorige week schreef ik al dat ik worstel met de structuur van mijn stamboomsite. Twee hoofdpagina's (de oudste generatie) met daaronder zeven subpagina's (de kinderen) met onder vier van die zeven subpagina's twee tot twaalf subsubpagina's (de kleinkinderen) met onder die vijfentwintig pagina's weer honderdtwaalf pagina's van achterkleinkinderen met daaronder weer... en uiteindelijk bovenaan de pagina's van de jongste generatie een kruimelpad van een halve pagina. Niet echt een optie. Maar de lijst van pagina's (persoonsnamen) die nu op mijn website staat, geeft niet in één oogopslag een indruk van de stamboom als geheel.

Met Aldfaer, het stamboomprogramma dat ik gebruik om gevonden gegevens in op te slaan, kan ik rapporten uitdraaien. Daaronder zijn ook grafische rapporten, die de personen uit de database in een boomstructuur weergeven. Zo'n rapport past prima op een A4'tje - als je het tenminste niet nodig vindt om de namen te kunnen lezen... Om zo'n boomstructuur in leesbare vorm te kunnen laten zien, heb ik dus iets groters nodig dan een Google Doc. Enter Prezi, met z'n onbeperkte canvas en z'n zoommogelijkheden.

In de veronderstelling dat ik vast en zeker niet de eerste ben die 'n stamboom met Prezi wil combineren, ga ik op de website van Prezi op zoek naar voorbeelden. En inderdaad, ik sta niet op het punt het buskruit opnieuw uit te vinden. Wereldwijd blijken schoolkinderen hun eerste Prezi te maken aan de hand van de opdracht 'maak een Prezi van je stamboom'. Maar dat resulteert niet echt in de ehm... inspirerende Prezi's waarop ik hoopte.

Via een image search met Google kom ik wel bij leuke dingen terecht. Een fan chart of iets dat daarop lijkt, is echter alleen bruikbaar voor een kwartierstaat: één of twee personen met hun voorgeslacht. Daarbij is de uitwaaiering gelijkmatig: je begint met twee personen, de vorige generatie omvat vier personen, die daarvoor acht, et cetera. Ik zoek ideeën voor de grafische weergave van het omgekeerde: twee personen en hun nageslacht. Het verloop van zo'n parenteel is ongelijkmatig: de ene nakomeling blijft ongehuwd en kinderloos, een ander trouwt drie keer en verwekt achttien kinderen, om twee uitersten van het spectrum te noemen.

Uiteindelijk besluit ik maar gewoon te beginnen en te zien waar ik uitkom. Mijn eerste poging levert op wat ik ermee wil bereiken: een heldere weergave van een generatie of drie van mijn voorgeslacht op een formaat dat groter is dan een A4'tje of een monitor, maar toch - en zonder zeeziekte - tot in detail te bekijken doordat de kijker zelf op delen van de tekening kan inzoomen. Maar zo'n 'doe-het-zelf-zoom-tekening' is eigenlijk geen echte Prezi...

De avond erna pruts ik verder, met een kopie van het eindresultaat van mijn eerste poging als basis. Ik begin de principes van het groeperen (in een frame plaatsen) van informatie, het draaien van het canvas en het uitzetten van een path - precies, die "cinematic journey" - aardig door te krijgen. Hoera, versie twee begint een echte Prezi te worden!

Maar als ik met de ogen van een niet-stamboomonderzoeker naar mijn beide probeersels kijk, is het eerste eigenlijk veel geschikter voor mijn doel dan het tweede. Zonder toelichting is het doel van het gedraai en gezoom in mijn tweede Prezi volmaakt onduidelijk. Het lijkt erop dat hoe Prezi-er mijn knutselwerk wordt, hoe minder geschikt het is voor mijn website. Grmbl. Nou ja, ik heb in elk geval eindelijk Prezi 'ns uitgeprobeerd...

zaterdag 4 februari 2012

Googelen met een website

DonkereindIn de kerstvakantie ben ik aan een nieuwe website begonnen. Nee, ik maak me geen illusies: in het beginstadium zal-ie niet blijven, maar af komt-ie ook niet - een website is nooit 'klaar'. Bovendien is het een website met resultaten van mijn stamboomonderzoek, en 'n stamboom kun je - als je niet al te kieskeurig bent in hoofd- en zijtakken - aardig oneindig uitpluizen.

Bij gebrek aan een eigen webserver en omdat ik in vakantietijd weinig puf had mijn HTML-kennis grondig af te stoffen, besloot ik 't eenvoudig te houden en de gelegenheid aan te grijpen om eens met Google Sites te experimenteren. En ik moet zeggen: daar word ik niet eens ál te ongelukkig van. Het maken van een nieuwe site kan niet eenvoudiger: je logt in op Google Sites met je Google Account, drukt op de 'Create site'-knop, volgt de aanwijzingen op je scherm, en je site is klaar om gevuld te worden. Ook bij het maken en wijzigen van pagina's kan een kind de was doen.

Vanwege mijn stamboomthema hoef ik niet bepaald diep na te denken over wat er op een pagina moet komen te staan: het is eenvoudigweg de bedoeling dat in principe elke persoon uit mijn stamboom een eigen pagina krijgt. Biografisch woordenboek, wiki, zoiets. De gegevens die ik voor het vullen van zo'n pagina nodig heb, heb ik het afgelopen jaar al opgeslagen in Aldfaer: namen, plaatsen, jaartallen, familierelaties.

In Aldfaer blijven het echter vaak 'droge gegevens'. Ok, als twee kinderen van één ouderpaar op dezelfde dag geboren worden, schiet me nog wel "tweeling" door mijn hoofd. En 't valt me ook nog wel op als de overlijdensdatum van een moeder kort op de geboortedatum van haar jongste kind volgt ("complicaties bij de bevalling"). Maar het blijven toch vooral in feitjes uitgedrukte levens, het worden geen levensverhalen. Die verhalen kan ik, aan de hand van de feiten, wel schrijven op een website.

Onderaan elke persoonspagina staan de bronnen waarin ik de bouwstenen voor mijn verhalen gevonden heb. Genlias komt daarin regelmatig voorbij, maar vaker nog FamilySearch. Genlias biedt feiten: datum, plaats en de namen van kinderen, huwelijkspartners of overledenen en hun ouders. In de scans van de akten op FamilySearch ontdek ik wie de aangevers en getuigen waren, wie niet en wie wel kon schrijven (en dus de akte ondertekenen), op welk adres iemand geboren werd of overleed, wanneer en hoe een aanstaande echtgenoot zijn dienstplicht heeft vervuld, en andere bijzonderheden.

Niet alle (scans van) akten zijn even goed leesbaar. Om niet elke keer dat ik een akte raadpleeg het wiel en het buskruit opnieuw te hoeven uitvinden, maak ik van elke akte een transcript. Die transcripten zet ik ook op mijn site. Dat kan op verschillende manieren. De meest voor de hand liggende is om ze als websitepagina's op te nemen, maar als het aantal pagina's gaat groeien, loop ik vroeg of laat tegen de maximum omvang van een Google Site (100 MB) aan. Een tweede mogelijkheid is ze als bijlagen bij 'n pagina uploaden naar Google Sites, maar daarvoor geldt hetzelfde bezwaar. Een derde optie is ze online zetten in Dropbox of Box en ernaar linken vanaf mijn Google Site, maar dat is weer een aanslag op mijn gratis opslagruimte bij Dropbox of Box.

Daarom kies ik voor een vierde manier: ik maak mijn transcript in Google Docs en embed het Google Doc in mijn site. Documenten die je in Google Docs maakt, tellen namelijk niet mee voor de 1 Gigabyte gratis opslagruimte die je bij Google Docs hebt. En embedded documenten, zoals Google Docs, tellen niet mee voor de maximum omvang die 'n Google Site mag hebben. Bijkomend voordeel: als ik in een transcript een typefout ontdek, hoef ik die alleen in het Google Doc te corrigeren, want op mijn site verschijnt automatisch de nieuwste versie van het Google Doc.

Een ander probleem heb ik nog niet echt opgelost: hoe houd ik het personengedeelte van mijn site overzichtelijk? Een platte navigatie, zoals bij een wiki, levert op termijn een wel erg lange lijst pagina's op. Een rangschikking in familieverband gaat zorgen voor een navigatie van zeven of meer niveaus diep, ook niet het toppunt van overzichtelijkheid. En bovendien: hang ik de pagina's van kinderen dan onder die van hun vader of onder die van hun moeder? En waar laat ik echtgenotes? Noem me eigenwijs, maar ik weiger om vrouwen onder hun man te hangen... iemand 'n beter idee?

vrijdag 27 januari 2012

Biebblogsalon

Wat is dat eigenlijk: bibliotheekbloggen? Op 27 januari 2012 gaven drie bloggers aan medewerkers van de bibliotheken van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) hun visie op het fenomeen, vertelden zij over hun eigen blog en las er één voor uit eigen werk. Ondertussen zorgde ik op Twitter voor de notulen... hieronder de tweets, voor het leesgemak van niet-Twitterati heb ik de oudste tweet bovenaan en de jongste onderaan gezet.